Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie Spreekuur Thuis
 


lettergrootte: A  A  A
Aandoeningen van hart- en bloedvaten

Hart- en vaatziekten vormen in ons land de belangrijkste oorzaak voor overlijden. Eenderde van de mensen overlijdt als gevolg van een hart- of vaatziekte. Jaarlijks zijn dat er ongeveer 50.000, gemiddeld 136 mensen per dag.
Bij de aandoeningen van hart- en bloedvaten onderscheidt men ziekten van de aders en ziekten van de slagaders. Ziekten van de aders zijn bijvoorbeeld spataders en een trombosebeen, maar in de aders treedt geen slagaderverkalking op. De slagaderverkalking speelt een belangrijke rol in de ziekten van de slagaders. Bij de slagaders onderscheidt men drie stroomgebieden:
- de circulatie in en naar de hersenen (de cerebrale circulatie);
- de circulatie naar het hart (de coronaire circulatie);
- de rest (de perifere circulatie).

De cerebrale circulatie omvat de slagaders in de hersenen en de halsslagaders die zorgen voor de bloedtoevoer naar de hersenen. Bij stoornissen in deze circulatie ontstaan neurologische ziekten zoals een beroerte of een TIA. Bij een beroerte valt plotseling een deel van de hersenen uit omdat er geen bloedstroom meer is. Daardoor ontstaan uitvalsverschijnselen zoals een halfzijdige verlamming, spraakproblemen of problemen met zien.
Een beroerte kan ontstaan door een verstopping in een hersenslagader (herseninfarct) of omdat op een verzwakte plek de wand van een slagader kapot scheurt (hersenbloeding). Een hersenbloeding heeft voor een belangrijk deel dezelfde risicofactoren als een herseninfarct. Een TIA is een herseninfarct waarbij de uitvalsverschijnselen slechts kort duren en weer helemaal verdwijnen. Het afsluitende bloedstolsel wordt door de bloeddruk verkruimeld en weggeduwd, of lost op door stolseloplossende stoffen in het bloed. Daardoor komt de bloedstroom weer op gang voordat er ernstige schade is aangericht.
De coronaire circulatie wordt verzorgd door de kransslagaders. Stoornissen in deze circulatie leiden tot hartziekten zoals angina pectoris (hartkramp), hartinfarct (hartaanval of myocardinfarct) en hartfalen (decompensatio cordis). Angina pectoris ontstaat door een vernauwing in een kransslagader. Daardoor krijgt iemand klachten van benauwdheid en pijn op de borst. Die pijn ontstaat door een gebrek aan zuurstof in de hartspier. Bij een hartinfarct is één van de kransslagaders door een stolsel afgesloten. Daardoor krijgt een stukje van de hartspier geen bloed meer en sterft af. Bij iemand met hartfalen is de pompkracht van de hartspier ernstig verzwakt. De hartspier is aangetast door ziekte of een infarct en daardoor niet meer in staat om te zorgen voor voldoende bloedcirculatie door het lichaam.
De perifere circulatie omvat de gehele bloedsomloop met uitzondering van die van hart en hersenen. Bij stoornissen in de perifere circulatie spreken we van perifeer arterieel vaatlijden, vaak afgekort als pav. Onder de naam etalagebenen (claudicatio intermittens) kennen we bijvoorbeeld een perifere vaataandoening van de circulatie in de benen. Door vernauwing in de beenslagaders ontstaat pijn bij het lopen. Op dat moment is er niet genoeg zuurstof in de beenspieren. De persoon met deze aandoening moet dan even stil staan en wachten tot er voldoende bloed is aangevoerd in de spieren en de zuurstofvoorziening van de spieren weer op peil is. Als de spieren weer voldoende zuurstof hebben, zakt de pijn en kan men weer verder lopen. Omdat het zo raar is om midden op straat stil te gaan staan, blijft zo iemand dan even voor een etalage wachten. Daar komt dus de naam etalagebenen vandaan.
De belangrijkste doodsoorzaken van mensen die overlijden aan een hart- of vaatziekte zijn het acute hartinfarct en de beroerte. Zij vormen ongeveer de helft van de doodsoorzaken bij hart- en vaatziekten. Een infarct kan echter ook op andere plaatsen in ons lichaam ontstaan, bijvoorbeeld in de darmen of de nieren of in de longen.

Samenhang met risicofactoren
Hoe het komt dat de een last heeft van een hartziekte, de ander van etalagebenen en weer iemand anders een beroerte krijgt, is onbekend. Er is wel enige samenhang tussen vaatziekte en risicofactoren. Bij een hoge bloeddruk treedt eerder een beroerte op en bij een hoog cholesterolgehalte vaker een hartinfarct. Je kunt het echter niet strikt scheiden. Bij iemand met een complicatie door slagaderverkalking in het ene stroomgebied, zijn doorgaans ook de andere stroomgebieden aangetast. Het is daarom belangrijk om niet alleen aandacht te schenken aan de rechtstreekse gevolgen van het hartinfarct, de beroerte of het perifere vaatlijden, maar ook aan het bestrijden van de risicofactoren voor de slagaderverkalking.



terug