Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Lex Wunderink
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Onderscheid met andere stoornissen

Het onderscheid tussen schizofrenie en andere psychotische stoornissen hangt in de DSM-IV vooral samen met het duurcriterium, en in mindere mate met de verschijnselen.
Duurt de stoornis langer dan een maand, maar korter dan zes maanden, en zijn er nog geen sociale beperkingen ontstaan, dan spreekt de DSM-IV over een 'schizofreniforme stoornis'. Verder is er geen verschil met schizofrenie. Ook de behandeling is niet anders.
Is de duur van de verschijnselen van de actieve fase minstens een dag, maar korter dan een maand, dan spreekt de DSM-IV over een 'kortdurende psychotische stoornis'. Er mogen dan echter geen negatieve symptomen zijn, en het sociaal functioneren moet volledig herstellen naar het oude niveau.

Affectieve en schizoaffectieve stoornis
Iets lastiger is het wanneer er langdurig affectieve symptomen (depressieve of manische verschijnselen) zijn. Wanneer de psychotische verschijnselen (criterium A) en de eventuele restverschijnselen voortdurend worden vergezeld van affectieve symptomen, dan moet bij uitzondering de affectieve stoornis in de diagnostische classificatie als belangrijkste tellen. We spreken dan van een 'affectieve stoornis met psychotische kenmerken'. De aanwezigheid van sociale-functiestoornissen is daarbij niet relevant.
Om eventueel toch te leiden tot de classificatie schizofrenie of schizoaffectieve stoornis moet er afgewacht worden totdat de affectieve symptomen zijn verdwenen. Als er dan nog minstens twee weken sprake is van wanen of hallucinaties, is er sprake van een 'schizoaffectieve stoornis'. Voor de classificatie schizoaffectieve stoornis is verminderd sociaal functioneren niet relevant.
De diagnose schizofrenie kan gesteld worden wanneer er sociale beperkingen zijn en de verschijnselen van de actieve fase (criterium A, dus inclusief eventuele negatieve symptomen) en de restfase veel langer duren dan de affectieve symptomen. Voor dit duurverschil geeft de dsm-iv overigens geen criterium.

Waanstoornis en inductiepsychose
Verder onderscheidt de DSM-IV nog de 'waanstoornis': hierbij komen uitsluitend niet-bizarre wanen voor, en wordt niet voldaan aan criterium A (behalve wanneer het gaat om gevoels- en reukhallucinaties die passen bij de waan) en is het sociaal functioneren niet verminderd. De 'gedeelde psychotische stoornis' is een psychose die gekenmerkt wordt door een waan, die op zijn beurt veroorzaakt wordt door beïnvloeding door iemand in de directe omgeving met een identieke waan, wat ook inductiepsychose of folie à deux wordt genoemd. Dit kan ontstaan bij iemand die een dominante partner heeft met een waanstoornis en kan voorkomen in gesloten gemeenschappen of gezinnen die afgesneden zijn van contact met de buitenwereld.

Overige psychotische stoornissen
Dan zijn er nog 'psychotische stoornissen door middelen' (intoxicatie of onthouding) en 'psychotische stoornissen door lichamelijke ziekten' zoals hersentumoren en epilepsie. Deze psychosen gaan vaak gepaard met daling van het bewustzijn en andere verschijnselen van middelengebruik of lichamelijke ziekte. Voordat de diagnose schizofrenie gesteld kan worden, moet uitgesloten worden dat aanwezige wanen en hallucinaties veroorzaakt worden door gebruik van een middel, onthouding van een middel of door een somatische aandoening (in de hersenen zelf of elders in het lichaam), en dat de wanen of hallucinaties uitsluitend voorkomen in het kader van een delier. Het onderscheid is vaak moeilijk bij druggebruik. Wanneer de psychose nog aanwezig is nadat de persoon in kwestie al een week clean is, kan er met grote waarschijnlijkheid worden verondersteld dat het gaat om schizofrenie of een aanverwante psychotische stoornis.

Dissociatieve stoornissen
Hallucinaties kunnen ook voorkomen bij mensen met dissociatieve stoornissen. Bij iemand met een dissociatieve stoornis is meestal sprake geweest van mishandeling of incest in de jeugd. De hallucinaties staan vaak in verband met de traumatische ervaringen. Het kan hierbij gaan om het herbeleven van vroeger doorgemaakte mishandelingen of het beleven van uit herinnering en fantasie samengestelde ervaringen. Vaak verkeert de patiënt tijdens zo'n herbeleving of hallucinatie in een soort trance, en zijn er ook heftige emoties die passen bij de ervaringen. Deze ervaringen kunnen zo levendig zijn dat beelden, geluiden en zelfs geuren tegelijkertijd waargenomen worden.



terug




Doorgaan met schizofrenie


Schizofrenie wordt vaak in verband gebracht met ‘een gespleten brein’ of een ‘dubbele persoonlijkheid’. De oorzaak wordt vaak gezocht in jeugd en opvoeding. Dit zijn allemaal misverstanden: schizofrenie is een hersenziekte. Ook over psychosen is men vaak onvoldoende geïnformeerd.

Auteur(s) : dr. A. Wunderink
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789021548852