Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Lex Wunderink
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
De sociale verschijnselen van schizofrenie

Schizofrenie gaat behalve met psychotische verschijnselen (positieve verschijnselen en/of desorganisatieverschijnselen) en soms negatieve verschijnselen, ook gepaard met een verminderde mogelijkheid tot functioneren op school, op het werk, in contacten met anderen en in het zorgen voor jezelf. Natuurlijk heeft niet iedereen met de ziekte schizofrenie last van problemen op al die gebieden, maar toch is voor veel van de patiënten het dagelijks leven behoorlijk moeilijk. Voor sommige mensen zijn het zelfs vooral deze verschijnselen die hinderlijk zijn, en niet zozeer de eerdergenoemde psychotische verschijnselen. De psychotische verschijnselen kunnen soms geheel verdwijnen, maar vaak blijven er dan toch nog problemen in het dagelijks leven bestaan.

Problemen op school en werk
Soms zijn moeilijkheden op school de eerste aanwijzing dat er iets niet goed gaat met iemand. Er zijn echter talloze kinderen die problemen op school hebben. Zo'n situatie is dus niet bij voorbaat een aanwijzing voor het ontstaan van schizofrenie. Achteraf gezien is er bij mensen met schizofrenie wel bijna altijd voor de eerste psychose al een probleem op school geweest. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die later schizofrenie zouden krijgen, vaak al op heel jonge leeftijd problemen hadden met gedrag, concentratie en aandacht op de lagere school. Tijdens en na de puberteit worden de problemen duidelijker. Kenmerkend voor schizofrenie is dat bij middelbare scholieren of studenten de schoolprestaties om aanvankelijk onduidelijke redenen achteruitgaan, vaak in combinatie met andere veranderingen van het gedrag. Soms zien wij deze achteruitgang al vóór het optreden van een eerste psychotische episode, maar vaker pas daarna. Het lukt dan bijvoorbeeld niet meer de opleiding volgens plan af te ronden. In sommige gevallen herstelt het vermogen zich te concentreren weer na kortere of langere tijd. De problemen op school kunnen te maken hebben met desorganisatieverschijnselen, waardoor de structuur van de aan te leren onderwerpen of vaardigheden niet goed wordt opgenomen. Ook kan het leerproces zelf bemoeilijkt zijn door stoornissen in de opslag en ordening van informatie in het geheugen. Als gevolg van negatieve symptomen kan de aandacht en concentratie zijn verminderd. Bovendien kunnen de problemen te maken hebben met moeilijkheden in de omgang met leeftijdgenoten. Hierdoor kan in de schoolsituatie zoveel stress ontstaan dat het bijna onmogelijk wordt nog aandacht te hebben voor het schoolwerk.
Problemen op het werk doen zich in bijna alle gevallen voor. Niet alleen is werken een buitengewoon zware opgave als gevolg van de werktijden, ook de omgang met collega's is een energieverslindende taak. De meeste mensen met schizofrenie zijn op de lange duur niet in staat een reguliere baan aan te houden en worden arbeidsongeschikt. Soms functioneert men nog geruime tijd beneden het oorspronkelijke niveau van de baan of het niveau waarop men is opgeleid. Arbeidsongeschiktheid als gevolg van schizofrenie is een groot menselijk en maatschappelijk probleem. Oplossingen zijn nog niet werkelijk in zicht, al zijn er overal in Nederland en elders pogingen via speciale projecten werksituaties te scheppen, die geschikt zijn voor mensen met schizofrenie. Probleem daarbij is dat de toestand van een patiënt met schizofrenie vaak verandert in de loop der tijd, en dat er dan vaak periodes zijn, waarin men tijdelijk uit de roulatie is. Het werk dient ook niet saai te zijn, maar aangepast aan de soms uitstekende opleiding van de patiënt. Het meeste werk in de beschermde sector voldoet niet aan die eis.
Van groot belang is tijdig in te zien dat het niveau waarop men bezig is, hetzij op school, hetzij op het werk, niet haalbaar is als gevolg van de sociale beperkingen die de schizofrenie met zich meebrengt. Beter is het een schoolopleiding te volgen die nog wel goed haalbaar is, zodat men niet telkens wordt geconfronteerd met teleurstelling in het eigen kunnen. Het afzien van bepaalde ambities, ook bij de ouders, is dan heel belangrijk om een beter eindresultaat te behalen. Dat geldt ook voor werksituaties. Wanneer er geen sprake is van een aangepaste situatie, kunnen psychotische verschijnselen optreden als gevolg van de stress die het werk oplevert. Vrijwilligerswerk, beschermd werk, en speciale arbeidsprojecten kunnen soms een alternatief bieden. In een enkel geval biedt rolwisseling uitkomst: soms is het voor een man met schizofrenie beter mogelijk het huishouden draaiende te houden dan buiten de deur te werken.

Problemen met sociale contacten
Net zoals slechte of verminderde schoolprestaties zijn problemen met sociale contacten soms de eerste aanwijzing van een beginnende schizofrenie. Bekend voorbeeld is de student of middelbare scholier die zich in de loop van enkele maanden geleidelijk steeds meer terugtrekt op zijn kamer, geen vrienden meer ziet en zich bezighoudt met mistige en vage onderwerpen, zoals oosterse mystiek en zwarte kunst. Maar ook later in het beloop van schizofrenie, na de eerste psychose, zijn problemen op het contactuele vlak vaak sterk aanwezig. Nu zal men misschien denken dat dat niet zo verwonderlijk is, gezien de psychotische verschijnselen die mensen met schizofrenie hebben. Hoewel psychotische verschijnselen het contact verstoren, en sommige mensen angst inboezemen, is er ook bij afwezigheid van deze verschijnselen sprake van contactstoornissen. Contactstoornissen vormen een zeer kernachtig verschijnsel van schizofrenie.
Bij schizofrenie lijkt de 'sociale radar', de automatische piloot waarmee wij in ons dagelijks leven de koers uitstippelen, niet goed te functioneren. Hierbij spelen automatische regelmechanismen in de hersenen een belangrijke rol. De automatiek van de hersenen zorgt er ongemerkt voor dat je jezelf kunt sturen in je dagelijkse leefwereld, jezelf bewegen, jezelf een doel geven, reageren op mensen en dingen, en dat vooral zonder dat je er bewust over hoeft na te denken. Dat alles wordt 'vanzelf' in de hersenen geregeld. Normaal gesproken worden we ons pas van iets bewust wanneer er iets vreemds aan de hand is: we merken dat er zich iets onverwachts voordoet, en vestigen onze aandacht daarop. Je kunt dit vergelijken met ademhalen: je denkt daar niet over na, totdat je het benauwd krijgt: dan pas word je je onmiddellijk bewust van het feit dat je onvoldoende zuurstof krijgt en je komt meteen in actie om daar wat aan te doen. Bij schizofrenie treden storingen op in dit automatisch oriënteren in de omgeving en het daarin als vanzelfsprekend reageren, doen en laten. Er gebeuren in de wereld van iemand met schizofrenie veel ongewone en buitenissige zaken: de waarneming van de wereld is veranderd omdat het apparaat (de hersenen) om die waarnemingen te begrijpen niet altijd goed werkt. Er is voortdurend 'vals alarm'. Veel energie wordt besteed aan het controleren van situaties waarin andere mensen zich vanzelf al veilig voelen. Bovendien lukt dat controleren en veiligstellen niet altijd goed, en ontstaan er soms verkeerde interpretaties van de werkelijkheid. Een handgebaar van een ander, een toevallig krabje aan de neus, een knipoog, dit alles wordt door ons pas opgemerkt als er iets ongewoons mee is. Voor iemand met schizofrenie kan dit voortdurend het geval zijn. Iemand met schizofrenie kan deze gebaren niet goed thuisbrengen, moet erover nadenken, en kan zo bijvoorbeeld gaan denken dat hij bespioneerd of afgeluisterd wordt. Bovendien slaagt iemand met schizofrenie er minder goed in zonder nadenken te reageren op andere mensen, met bijvoorbeeld gelaatsuitdrukking, gebaren, een groet of een knikje. En waarschijnlijk is wel meer dan de helft van onze communicatie op deze manier geregeld. Dit gebrek aan afstemming op andere mensen, het niet op de juiste golflengte zitten, die houterigheid of stroefheid in het contact die veel mensen met schizofrenie kenmerkt, plaatst de mens met schizofrenie in een uitzonderingspositie. Het klikt niet, de boodschap komt niet over. Dat kan er bijvoorbeeld al gauw toe leiden dat andere mensen een eindje verder gaan zitten. Hierdoor worden het isolement, de achterdocht en andere nare emoties bij degene die schizofrenie heeft, versterkt.
Schizofrenie leidt er als gevolg van de problemen in de omgang voor veel mensen toe dat zij een nogal solitair bestaan leiden. Partnerrelaties lijden schipbreuk, het contact met kinderen en ouders is dikwijls moeizaam en weinig intensief. Toch is juist voor mensen met schizofrenie sociaal contact heel belangrijk, als stimulans, als klankbord, als ondersteuning in moeilijke tijden.

Problemen met de zelfverzorging
De laatste hoofdgroep van sociale beperkingen wordt gevormd door de problemen met de zelfverzorging. Uit onderzoek is gebleken dat de zelfverzorging meestal pas aanzienlijk is belemmerd als ook op andere gebieden het sociale functioneren is beperkt. Dat is niet verwonderlijk gezien het basale karakter van de zelfzorg: zich kleden, schoonhouden, voeden. Toch kunnen subtiele, kleine en op het eerste gezicht onverklaarbare onvolkomenheden in de zelfzorg, de eerste aanwijzing zijn dat er sprake is van een stoornis in het schizofrene spectrum.
Opvallend onverzorgde, slecht zittende of vlekkerige kleding wijst op verregaande onverschilligheid ten aanzien van het uiterlijk en een gebrek aan sociaal gevoel of schaamte hierover. Ook gebrekkige lichaamshygiëne, en onverschilligheid in de verzorging van wonden kan samenhangen met schizofrenie. In de woning van mensen met schizofrenie treft men soms onverwachte situaties aan: opeengestapelde verzamelingen nutteloze voorwerpen, zoals oude kranten, eierdozen, verpakkingsmateriaal. De verzamelaar heeft deze overal op en in gestopt zoals een eekhoorn zijn noten voor de winter. Soms is er nog een smal paadje tussen de stapels door. Ernstige vervuiling kan ook voorkomen doordat vuilnis en zelfs uitscheidingsproducten worden bewaard, en ongedierte vrij spel krijgt. Vaak is er sprake van een merkwaardige, bizarre ordening van de rommel.
De problemen met de zelfverzorging komen op een wel heel schrijnende wijze naar voren bij de mensen die zijn gaan zwerven of dakloos zijn geraakt. Bij een groot aantal van deze mensen staan de andere verschijnselen van schizofrenie niet erg op de voorgrond, al laten deze verschijnselen zich bij navraag vaak nog wel achterhalen. Er is dan nooit aandacht aan besteed. Bij een kleiner aantal mensen zijn er geen andere verschijnselen en lijkt de gebrekkige zelfverzorging op zichzelf te staan. Deze is dan meestal het directe resultaat van andere factoren dan schizofrenie, zoals ernstige verwaarlozing in de jeugd, mishandeling, zwakbegaafdheid en bijkomende problemen als gevangenis- en instituutservaringen en drugs- en alcoholmisbruik.
In Nederland lijkt, in elk geval ten opzichte van landen met minder goede sociale verzekeringen en landen waar grote armoede heerst, zwerven en dakloosheid op het eerste gezicht nogal onbegrijpelijk en onnodig. De functie zelfverzorging is echter zo basaal, dat niemand vrijwillig kiest voor een bestaan waarin de zelfzorg tekortschiet of door anderen wordt overgenomen. Voor zover zwervers en daklozen al onverschillig staan ten aanzien van het eigen hebben en houwen, is er hier sprake van een ziekelijke onverschilligheid die voortkomt uit een pathologische toestand, en niet van een vrijwillig gekozen levenshouding als landloper of vagebond. Er is in vrijwel alle gevallen sprake van onvermogen. Het gaat dan om onvermogen tot het organiseren van het dagelijks leven, tot het verkrijgen van overzicht over de omgeving waarin men leeft en het bepalen van de juiste handelingen daarin

Teleurstelling en verwerking
De problemen in het dagelijks leven zijn waarschijnlijk vooral verantwoordelijk voor de teleurstelling die veel mensen met schizofrenie ervaren over hun leven en wat zij daarin bereikt hebben. Men voldoet niet aan de eigen verwachtingen over een toekomst: zelfstandig wonen, op kamers gaan, een relatie opbouwen, kinderen krijgen, studeren, een baan vinden. Al deze dingen gaan vaak veel moeizamer en langzamer dan je je had voorgesteld. Soms moet je zelfs noodgedwongen van bepaalde dingen helemaal afzien, nadat gebleken is dat het niet haalbaar is, te veel energie kost of te veel spanningen oproept. Voor degene die met deze problemen te maken krijgt, is het in het begin niet duidelijk waarom de dingen in het leven niet willen lukken. Het is net of je er maar geen greep op krijgt, of er een onzichtbare weerstand is die verhindert dat je je doel bereikt. Sommige mensen worden hier achterdochtig van, en gaan denken dat zij door anderen gedwarsboomd worden: door hun ouders, hun werkgever, hun hulpverlener of onbekenden. Dit gevoel in het leven alsmaar door mul zand te moeten sjouwen en geen stap verder te komen, is voor schizofreniepatiënten bijzonder deprimerend. Het is een belangrijke bron van sombere overpeinzingen en depressieve reacties.
Zoals bij alle handicaps gaat het ook hier vooral om acceptatie. Acceptatie van de feiten, van de problemen die er nu eenmaal zijn, maakt het mogelijk om die emotioneel te verwerken. Daarna pas is het mogelijk zelf te zoeken naar mogelijkheden om met die handicaps toch nog een volwaardig bestaan te leiden. Hoe realistischer men zich opstelt, hoe meer succes men heeft bij het herstelproces.




terug verder




Doorgaan met schizofrenie


Schizofrenie wordt vaak in verband gebracht met ‘een gespleten brein’ of een ‘dubbele persoonlijkheid’. De oorzaak wordt vaak gezocht in jeugd en opvoeding. Dit zijn allemaal misverstanden: schizofrenie is een hersenziekte. Ook over psychosen is men vaak onvoldoende geïnformeerd.

Auteur(s) : dr. A. Wunderink
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789021548852