Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Lex Wunderink
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
De oorzaak van schizofrenie

Vanaf de eerste dagen van de psychiatrie heeft men de hersenen van overleden schizofreniepatiënten onderzocht op mogelijke verklaringen voor deze ziekte. Dit onderzoek heeft verassend weinig opgeleverd. Pas de laatste jaren zijn er met moderne technieken, waarbij de levende hersenen kunnen worden bekeken, inderdaad verschillende afwijkingen in de bouw en structuur van de hersenen bij schizofrenie gevonden. Deze afwijkingen zijn echter vrij gering en de betekenis ervan is niet gemakkelijk te begrijpen. Men heeft in het algemeen de indruk dat de gevonden afwijkingen geen afdoende verklaring voor het ontstaan van de ziekte bieden. Misschien zijn ze eerder het gevolg dan een oorzaak van de ziekte.
Men vermoedt tegenwoordig dat de oorzaak van schizofrenie meer moet worden gezocht in een stoornis in de verbindingen tussen de verschillende onderdelen van de hersenen (neurale circuits), die misschien op haar beurt weer kan leiden tot vergroting of verkleining van bepaalde delen van het brein.
Schizofrenie berust volgens deze visie waarschijnlijk op een vroege stoornis in de ontwikkeling van de hersenen, waardoor de verbindingen tussen de diverse delen van het brein niet op de juiste manier worden aangelegd. Daarover zijn op dit moment vrijwel alle schizofrenieonderzoekers het eens. De oorzaak van de ontwikkelingsstoornis is niet bekend. In ieder geval spelen erfelijke factoren een rol, maar deze zijn niet volledig doorslaggevend. Ook omgevingsfactoren zijn van belang.
De meeste onderzoekers denken dat de ontwikkelingsstoornis al optreedt gedurende de eerste zes maanden van de zwangerschap. Het tijdstip waarop de stoornis zich voordoet, bepaalt waarschijnlijk de omvang en de aard van de schade; hoe vroeger het begin van de stoornis, hoe groter de schade. De verschillende delen van het brein ontwikkelen zich ook in een vastgelegde volgorde, en het moment waarop er iets fout gaat, bepaalt dan ook welke delen van het brein, die zich op dat moment of later ontwikkelen, in de stoornis betrokken zijn. Men vermoedt dat bij schizofrenie eerst bepaalde gebieden van de hersenschors van de temporale kwab in hun ontwikkeling gestoord worden, waardoor andere delen van de hersenen die hiermee in verbinding staan, ook niet goed tot ontwikkeling komen. Voor een goede ontwikkeling van de diverse delen van de hersenen is het nodig dat verbindingen vanuit eerder gevormde delen op tijd en juist zijn aangelegd. Zo is bijvoorbeeld de ontwikkeling van de frontale kwab weer afhankelijk van de goede ontwikkeling van de temporale kwab. Als de verbindingen tussen de verschillende hersenkernen niet goed zijn aangelegd, kunnen diverse functies spaaklopen die deze hersenkernen in onderlinge communicatie (de neurale circuits) met elkaar moeten uitvoeren.
De bovengenoemde theorie berust nog voor een groot deel op veronderstellingen. Er is kortom nog veel onduidelijkheid over de oorzaak van schizofrenie. In dit hoofdstuk worden de bevindingen tot nu toe besproken.

Erfelijkheid
Iedereen heeft in zijn leven een kans van één op honderd om schizofrenie te krijgen. De kansen op schizofrenie lopen statistisch geleidelijk op naarmate de verwantschap met een patiënt met schizofrenie nauwer is. Een derdegraads familielid heeft ongeveer 2% kans, een tweedegraads familielid 2 à 6%, eerstegraads familieleden, waaronder ook twee-eiige tweelingen, hebben ± 6 à 17% kans. Kinderen van twee ouders met schizofrenie hebben ± 46% kans. De kans dat de ene helft van een eeneiige tweeling schizofrenie krijgt als de ander het al heeft, is 30 à 50%. Hoewel dit laatste aangeeft dat er sterke erfelijke factoren zijn, geeft het anderzijds ook aan dat deze erfelijke factoren niet alleen de doorslag geven. Eeneiige tweelingen zijn immers wat erfelijkheid betreft precies hetzelfde.
Wanneer je dus zelf schizofrenie hebt, is het risico voor je nageslacht tien keer zo groot, en wanneer je een ouder, broer of zuster hebt met schizofrenie, is het risico voor jouw kinderen ongeveer vier keer zo groot als normaal.
Bij de afweging of het als schizofreniepatiënt verstandig is aan kinderen te beginnen, speelt nog een aantal factoren mee. Vaak zal het nodig zijn de medicatie te stoppen of te verminderen, met een groter risico op een psychotische episode. Bovendien kan de belasting die de zwangerschap en de opvoedings- en verzorgingstaken geven, te veel stress opleveren, en daarmee het risico van een psychotische episode vergroten.
Daarnaast is het voor kinderen van groot belang dat zij opgroeien in een veilig en stabiel milieu dat ook voldoende openstaat voor de samenleving. Als je deze voorwaarden niet kunt vervullen, zal het grootbrengen van één of meer kinderen vaak voor alle betrokkenen nadelige consequenties hebben. De aanwezigheid van een evenwichtige partner is voor schizofreniepatiënten van extra belang. De partner kan de benodigde stabiliteit garanderen.
Vragen over het krijgen van kinderen en de bijbehorende risico's kunnen het best met een deskundige worden besproken.

Omgevings factoren
Omgevingsfactoren spelen een rol bij het ontstaan van schizofrenie. Onderzoek heeft uitgewezen dat er enige invloed is van een virusinfectie (griep) of ondervoeding van de moeder tijdens de eerste maanden van de zwangerschap. Ook problemen vlak voor of tijdens de geboorte (zuurstofgebrek) kunnen een rol spelen. Toch verklaren deze factoren op zijn best maar een klein deel van de ziektegevallen. Het is nog minder waarschijnlijk dat ongunstige omstandigheden ná de geboorte, zoals ziekten of emotionele factoren van belang zijn voor het ontstaan van de ziekte.
Samengevat: een combinatie van erfelijke factoren en nadelige invloeden van buitenaf zorgt voor een ontwikkelingsstoornis van de hersenen die waarschijnlijk al vóór de geboorte ontstaat. De precieze aard van de nadelige omgevingsfactoren is niet bekend.
Belangrijk is te benadrukken dat schizofrenie niet wordt veroorzaakt door een bepaalde manier van opvoeden, door een minder goede relatie met je ouders, door een schokkende ervaring in je jeugd of andere gebeurtenissen in je leven. Daarover is men het tegenwoordig eens.

Structurele afwijkingen in de hersenen
Bij schizofreniepatiënten komen relatief veel kleine lichamelijke afwijkingen en lichte neurologische verschijnselen voor. Verder is gebleken dat het bereiken van mijlpalen in de ontwikkeling (bijvoorbeeld leren lopen, praten) bij mensen met schizofrenie gemiddeld iets later plaatsvindt dan bij andere mensen.
Ook zijn er bij mensen met schizofrenie afwijkingen in de omvang van bepaalde delen van de hersenen vastgesteld. Dergelijke structurele afwijkingen zijn ook al geconstateerd bij beginnende schizofrenie en nemen gedurende het verdere leven waarschijnlijk niet toe. Er zijn afwijkingen gevonden in de frontale hersenkwab, temporale hersenkwab en het limbische systeem. De laatste twee spelen een rol bij de interpretatie van de werkelijkheid, taalverwerking, en geheugenprocessen. De frontale hersenkwab is van belang bij de organisatie van denkprocessen, handelingen en emoties, en bij activiteit, initiatief en aandacht. Hoewel een aantal onderzoekers aanwijzingen vond dat deze afwijkingen gedurende het verdere leven niet zouden toenemen, zijn er de laatste jaren ook aanwijzingen gevonden voor een vermindering van de dikte van de hersenschors gedurende de eerste jaren rond de eerste psychose. Dat zou kunnen betekenen dat de psychose gepaard zou kunnen gaan met een beschadiging van het brein, vooral in het begin van het optreden ervan. Daarnaast is vastgesteld dat bij schizofrenie de asymmetrie tussen de beide hersenhelften is afgenomen en zijn er afwijkingen gevonden in de hersenbalk, die de linker- en de rechterhersenhelft met elkaar verbindt.
De omvang van bovengenoemde afwijkingen is echter niet spectaculair. Men veronderstelt daarom dat de oorzaak van schizofrenie niet zozeer terug te vinden is in zichtbare afwijkingen van de structuur van de hersenen, maar meer in de werkzaamheid en de onderlinge verbindingen van de verschillende kernen, in de zogenaamde neurale circuits.

Stoornis in de neurale circuits
De ontwikkeling van de hersenen begint al spoedig na de conceptie (de bevruchting van de eicel), en loopt bij de mens nog heel lang na de geboorte door. In het prille begin van de ontwikkeling van het embryo, gaan de cellen die later de hersenen vormen, zich geleidelijk onderscheiden van de andere cellen, en dit proces van specialisatie gaat steeds verder door. Verschillende groepjes cellen met een soortgelijke functie gaan bij elkaar liggen en vormen de verschillende hersenkernen en de hersenschors.
De hersenen hebben talloze functies. Bijvoorbeeld het verwerken van de prikkels uit de zintuigen die gericht zijn op de buitenwereld (oren, ogen, neus, tastzin, smaak, reuk, pijn, evenwicht, positiezin), het combineren van deze informatie tot een beeld van de werkelijkheid, het verwerken van prikkels uit het lichaam (zoals honger en dorst), het regelen van het seksuele gedrag, het vergelijken van nieuwe informatie met vroegere informatie uit het geheugen, het signaleren van problemen en het zoeken naar oplossingen, enzovoort.
Vroeger dacht men dat bepaalde hersenkernen verantwoordelijk waren voor één bepaalde hersenfunctie. Als een kern beschadigd was, dacht men dat uitsluitend die ene bijbehorende functie was uitgevallen. Dat blijkt een te eenvoudige visie te zijn. Tegenwoordig weten we dat het gaat om de samenwerking tussen hele series van hersenkernen: zulke schakelingen maken bepaalde hersenfuncties, zoals plannen maken en uitvoeren, pas mogelijk. Een bepaalde hersenkern kan een rol spelen bij verschillende functies. Tegenwoordig zijn dus niet alleen de hersenkernen zelf het onderwerp van het onderzoek naar de oorzaken van schizofrenie, maar vooral ook de verbindingen tussen de verschillende kernen. In dat verband spreken we van neurale circuits, van neurale netwerken.


De hersenen van opzij gezien.




De binnenzijde van de rechter hersenhelft na doorsnijding van de hersenbalken verwijdering van de hersenstam. De hippocampus ligt onzichtbaar onder de hersenschors (parahippocampale gyrus).



Interne monitoring
Een interessante functie van de hersenen is het maken van onderscheid tussen de informatie die direct uit de buitenwereld komt, die tot een beeld van de werkelijkheid moet leiden, en de informatie die door jezelf wordt veroorzaakt of beïnvloed, door geluiden te maken, van positie, van houding, stand en richting te veranderen. De hersenen moeten voor de informatie die je zelf veroorzaakt als het ware voortdurend corrigeren.
Wanneer je bijvoorbeeld je hoofd scheef houdt, blijft de wereld toch recht staan: dat is het gevolg van de corrigerende functie van de hersenen. Vaak wordt er voor je eigen bewegingen wel gecorrigeerd, en voor bewegingen veroorzaakt door invloed van buitenaf niet. De eerste moet je zo min mogelijk opmerken, de laatste moeten je wel opvallen. Een voorbeeld is het bewegen van de ogen: draai je je ogen dan blijft de wereld stilstaan, maar als je met een vinger tegen je oog duwt, lijkt de wereld wel te bewegen. Deze corrigerende functie van de hersenen heet interne monitoring.
Ook bij het praten vindt zo'n correctie plaats. De hersenkernen die het spreken besturen, hebben dit ooit 'geleerd' dankzij verbindingen met de kernen die de gesproken taal begrijpen. Langs de omgekeerde weg staan deze spreekgebieden in verbinding met de begripsgebieden, zodat je weet en begrijpt wat je zelf wil zeggen. Daarbij kun je merken dat het om je eigen gedachten (nog niet gesproken woorden) gaat. Door de verbindingen tussen de kernen die kunnen spreken en de kernen die het gesproken woord begrijpen, kun je ook met jezelf praten, zonder dat hardop te doen. Je weet dan door de interne monitoring wel dat het je eigen gedachten zijn. De interne monitoring is belangrijk om je eigen gedachten te kunnen onderscheiden van de spraak van een ander. Als dat niet goed werkt, kom je al gauw in een verwarrende wereld. De structuur van het zelf spreken, is gelijk aan de structuur van de aangeleerde spraak, die oorspronkelijk van buiten kwam. Dat deze innerlijke spraak niet van buiten komt, wordt zonder interne monitoring niet meer opgemerkt.
Een belangrijk circuit in dit verband is dat tussen de (pre)frontale hersenschors, de gyrus cingulatus anterior, het limbische systeem in de temporaalkwab en de parahippocampale gyrus.
Men vermoedt dat de parahippocampale gyrus (in de temporale hersenschors) en de gyrus cingulatus anterior (de hersenschors aan de binnenvoorzijde van de hersenhelften) van belang zijn om deze interne-monitoringfunctie uit te oefenen. Nu kan men zich voorstellen dat door stoornissen in dit neurale circuit de interne-monitoringfunctie niet goed werkt. Het spraakcentrum geeft gedachten door aan het gehoorcentrum, maar zonder dat opgemerkt wordt dat het de eigen gedachten zijn. De desbetreffende persoon herkent die dan niet als eigen gedachten en hoort een 'stem', die niet te traceren is.
Onderzoekers vermoeden dat op deze manier het horen van stemmen verklaard kan worden, en dat de stoornissen in andere zintuiglijke processen die zich bij schizofrenie voordoen, op soortgelijke manier totstandkomen. Het gaat hierbij nog wel om hypothesen.




terug verder




Doorgaan met schizofrenie


Schizofrenie wordt vaak in verband gebracht met ‘een gespleten brein’ of een ‘dubbele persoonlijkheid’. De oorzaak wordt vaak gezocht in jeugd en opvoeding. Dit zijn allemaal misverstanden: schizofrenie is een hersenziekte. Ook over psychosen is men vaak onvoldoende geïnformeerd.

Auteur(s) : dr. A. Wunderink
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789021548852