Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie Spreekuur Thuis
 


lettergrootte: A  A  A
Prognose

 
Er is inmiddels veel bekend over het effect van psychotherapeutische behandelingen bij mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Duidelijk is dat psychotherapie werkt; ongeveer 50 tot 70% van de mensen heeft aan het einde van de behandeling en bij follow-up minder symptomen en functioneert beter in relaties en werk.
Omdat veel mensen met een persoonlijkheidsstoornis ook lijden aan een andere psychiatrische stoornis zoals een depressie, een angststoornis of een verslaving, is dat vaak de eerste stoornis die behandeld wordt. Het blijkt dat de mensen met een persoonlijkheidsstoornis moeilijker genezen van andere psychiatrische stoornissen: ze komen vaak met meer klachten binnen en herstellen trager. Als de psychotherapie echter wordt voortgezet, kunnen zij uiteindelijk ook op een normaal niveau van klachten komen, alleen hebben ze hiervoor ongeveer twee keer zoveel sessies psychotherapie nodig. Vandaar dat er in Nederland op dit moment geen limiet zit aan het aantal ambulante sessies dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis krijgt, terwijl voor al diegenen die zich voor hulp aanmelden en geen persoonlijkheidsstoornis hebben, het aantal sessies beperkt is tot 25.
Ook blijkt dat een persoonlijkheidsstoornis vaak samen met een verslaving voorkomt. De twee meest voorkomende persoonlijkheidsstoornissen bij mensen met een verslavingsstoornis zijn de antisociale en borderline-persoonlijkheidsstoornis. Het samengaan van een verslaving met een psychiatrische stoornis zoals een persoonlijkheidsstoornis wordt als de sterkste voorspeller van terugval in verslavingsgedrag beschouwd. De combinatie van persoonlijkheidsstoornissen en alcoholmisbruik voorspelt slechtere behandelresultaten, een ernstiger vorm of beloop van het alcoholprobleem, meer negatieve emoties, meer interpersoonlijke conflicten en meer risicovol gedrag. Het gelijktijdig voorkomen van persoonlijkheidsstoornissen en drugsgebruik gaat gepaard met meer symptomen, een lagere kwaliteit van leven, meer impulsiviteit en vijandigheid, een groter gevoel van isolement, meer depressiviteit en minder therapietrouw.

Omdat er zo veel verschillen bestaan tussen mensen met persoonlijkheidsstoornissen, is het moeilijk om algemene uitspraken te doen over de prognose. Sommige factoren lijken de prognose positief te beïnvloeden: een hoger IQ, een goed netwerk van familie en vrienden en minder heftige symptomen. Maar ook hiervoor geldt: iedere persoon is uniek en heeft zijn eigen levensverhaal waar de behandeling op moet aansluiten.
Het blijkt dat cognitieve gedragstherapie, waaronder schematherapie, en de psychodynamische benaderingen, zoals de mentalisation-based treatment, werkzame behandelingen zijn. Ook de effecten van (deeltijd) klinische behandeling zijn goed; ongeveer 70% van de mensen met een persoonlijkheidsstoornis komt na 2 jaar op een normaal niveau van functioneren, en de meerderheid van hen heeft werk en is niet langer in psychotherapie.
Wat betreft het type: het lijkt of de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de cluster A- en cluster C-persoonlijkheidsstoornissen vaak een chronisch beloop hebben. Mensen met antisociale trekken verbeteren vaak niet echt, zeker niet als ze in de gevangenis terechtkomen. De teruggetrokkenheid en excentriciteit van de mensen met een cluster A-persoonlijkheidsstoornis nemen met de tijd eerder toe dan af, en dit kan ook gelden voor de angst van de mensen met een cluster C-persoonlijkheidsstoornis. Bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis is het beloop verschillend: sommigen overlijden door suïcide of blijven forse klachten houden. Anderen echter worden met het ouder worden minder impulsief en heftig, en gaan beter functioneren.

Tegelijk zijn er ook meer optimistische geluiden. Joel Paris, een Amerikaanse psychiater, volgde een groep van 165 mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis gedurende gemiddeld 12 jaar met een maximum van 27 jaar. Slechts 8% van deze groep voldeed toen nog aan de diagnose borderline-persoonlijkheidsstoornis; nog eens 8% had een andere psychiatrische stoornis zoals een depressie of een verslaving. Wel had ongeveer 20% van de mensen nog last van stemmingswisselingen en somberheid.
Als voorbeeld enkele van de verhalen uit zijn onderzoek:

Frances voldoet nog steeds aan de diagnose borderline-persoonlijkheidsstoornis
Frances werd rond haar 20e meer dan 20 keer opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, vaak na een suïcidepoging of automutilatie. Ze kon ook enorme woedeaanvallen krijgen, was verslaafd aan alcohol en had allerlei wisselende relaties. Ze had haar school nooit afgemaakt en had allerlei wisselende baantjes. 27 Jaar later, op haar 49e, had ze geen werk en woonde ze alleen. Haar netwerk van sociale contacten bestond vooral uit behandelaars en mensen die ze uit het psychiatrisch ziekenhuis kende. Ze voelde zich nog steeds regelmatig somber, angstig en had suïcidale gedachten. Ze dronk niet langer te veel, maar gebruikte wel veel tranquillizers. Ze automutileerde al zeven jaar niet meer, en was drie jaar geleden voor het laatst opgenomen.


Bill voldoet niet langer aan de diagnose borderline-persoonlijkheidsstoornis; het gaat matig
Bill werd ook jarenlang herhaaldelijk opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, meestal na een teleurstellende afloop van een relatie. Ook hij had zijn school niet afgemaakt en hij had geen vast werk. Hij gebruikte zo nu en dan drugs en kon woedeaanvallen krijgen. Verder had hij soms last van achterdocht en van stemmen in zijn hoofd die hem bekritiseerden. Daarvoor kreeg hij een keer in de twee weken injecties en een gesprek met de verpleegkundige. Op zijn 44e woonde hij in een beschermd-wonen situatie en verdiende hij wat extra geld door te helpen bij het koken van de maaltijden voor medebewoners; ook handelde hij in spullen die waarschijnlijk gestolen waren. Op deze manier had hij regelmatig sociale contacten, hoewel hij geen intieme relatie had. Zelf vond hij dat het redelijk goed met hem ging; hij was niet langer suïcidaal, hoorde geen stemmen meer en was niet langer achterdochtig. De laatste tien jaar was hij niet meer opgenomen geweest.

Penny is duidelijk verbeterd, maar heeft nog wel klachten
Penny, een intelligente vrouw die goed van de tongriem was gesneden, was getrouwd toen ze voor het eerst werd opgenomen met de diagnose borderline-persoonlijkheidsstoornis; samen met haar man leidde ze een tehuis voor pleegkinderen met problemen. Een paar jaar later liep haar huwelijk stuk; sindsdien had ze een aantal lesbische relaties na elkaar.
Op haar 50e vertelde ze dat ze niet had verwacht zo lang te zullen leven. De laatste 15 jaar had ze geen pogingen tot zelfdoding meer gedaan al dacht ze er nog wel eens aan. De enige ‘medicatie’ die ze gebruikte was dagelijks marihuana. Ze woonde alleen en dacht, na haar recente relatiebreuk, dat ze maar beter alleen kon blijven.
Sinds een aantal jaren werkte ze als producent van televisieprogramma’s en had een aantal documentaires gemaakt over psychiatrische ziektes; hierbij kon ze haar eigen ervaringen omzetten in een succesvolle carrière. Daarnaast werkte ze parttime als advocaat voor psychiatrische patiënten. Ze vertelde dat het haar gelukt was om haar eigen teleurstellingen in de psychiatrie om te zetten in een missie, namelijk meer aandacht vragen voor misstanden in de psychiatrie.

Marianne is verbeterd en heeft geen klachten meer
Op haar 19e werd Marianne, als leerling-verpleegkundige, opgenomen met een depressie na het slikken van een overdosis medicijnen. De relatie met haar familie was slecht; ze was altijd een buitenbeentje geweest in het gezin, met een vader die voor zijn werk veel moest verhuizen en een moeder die zich hier ongelukkig over voelde en daarom weinig aandacht had voor de kinderen. In het ziekenhuis werd ze kortdurend psychotisch en kreeg ze een heftige relatie met een medepatiënt die een borderline-persoonlijkheidsstoornis had. Door de therapie die ze kreeg, verbeterde de relatie met haar familie. Ze kreeg een relatie en trouwde op haar 23e. Ze maakte haar opleiding af en ging in een laboratorium werken. Tien jaar later ging ze scheiden terwijl ze een buitenechtelijke relatie had met een getrouwde arts op haar werk. Op haar 35e raakte ze zwanger van deze man en ze besloot het kind te houden. Ze voedde haar zoon in haar eentje op; er kwam geen nieuwe man in haar leven, maar ze had daar ook geen behoefte aan. Op haar 49e had ze een verantwoordelijke baan, reisde veel en had plezier in haar werk. De laatste 25 jaar had ze geen therapie meer.

Nora is verbeterd en heeft geen klachten meer
Nora had als jongvolwassene een aantal symptomen die pasten bij een borderline-persoonlijkheidsstoornis: automutilatie, suïcidepogingen, gebruik van drugs en instabiele relaties. Op haar 26e bekeerde ze zich tot een streng-christelijke kerk. Sindsdien had ze geen klachten meer en had ze ook geen hulp nodig.
Ze kreeg een relatie die na 10 jaar resulteerde in een scheiding; ze voelde dat als een opluchting. Ze hertrouwde met iemand uit haar kerk en kreeg een kind.
Op haar 45e is ze maatschappelijk werkster, ze ervaart haar leven als gelukkig en succesvol, heeft veel vrienden en ze heeft geen klachten meer.

In veel verhalen van mensen die jaren later geen last meer hebben van klachten van een persoonlijkheidsstoornis, komt naar voren dat ze betekenis hebben kunnen geven aan hun leven en zo een gevoel van eigenwaarde konden ontwikkelen. Door hun werk, door lid te zijn van een vereniging zoals een kerk of een zelfhulporganisatie of door het doen van vrijwilligerswerk kunnen ze zin geven aan hun leven en een identiteit ontwikkelen. Het hebben van eigen kinderen kan impulsiviteit en pogingen om een einde aan het leven te maken, enorm verminderen; het gevoel van verantwoordelijkheid voor de kinderen werkt als rem op dat soort gedachten en neigingen. Hetzelfde kan gelden voor verantwoordelijk werk – of dit nu betaald werk of vrijwilligerswerk is: de ervaring nodig te zijn voor iets of voor iemand geeft een band met het leven. Ook al blijven intieme relaties soms een moeilijk punt voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis, toch kan een andere levensvervulling voor voldoende betekenis en zingeving zorgen.





terug verder




Een persoonlijkheidsstoornis en nu


In dit boek leest u in heldere taal waarom iemand met een persoonlijkheidsstoornis 'zo is'. U krijgt inzicht in de symptomen en leest waarom een diagnose zo moeilijk te stellen is. Het hoofdstuk over behandeling is een echte eyeopener.

Auteur(s) : Dr. Moniek Thunnissen
Prijs : € 23,95
ISBN : 9789491549038