Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Paul van der Boog
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Nierfunctie en nierschade

 
Belangrijke taken van de nieren zijn onder andere het bloed te zuiveren en overtollig vocht uit het lichaam te verwijderen.
Hoe de nieren dat precies doen, zal in dit eerste hoofdstuk uit de doeken worden gedaan. Bovendien wordt uitgelegd wat er gebeurt als dit proces verstoord raakt.



Nieren en urinewegen
De meeste mensen hebben twee nieren. Ze vormen een onderdeel van het urinewegstelsel. De nieren liggen aan de rugzijde links en rechts van de wervelkolom. Hier liggen ze beschermd achter de onderste ribben. De nieren zijn gemiddeld 10 tot 12 centimeter lang en zien er boonvormig uit.
Bij een dwarsdoorsnede van de nier onderscheiden we de schors (buitenzijde van de nier), het merg (meer naar binnenzijde) en het nierbekken.

Figuur 1: De nieren, urineleider, de blaas en de urinebuis/plasbuis vormen het urinewegstelsel.

De nieren worden vanuit de lichaamsslagader via de nierslagaders van bloed voorzien. Dit bloed wordt in de nier gezuiverd en vervolgens via de nieraders afgevoerd naar de holle ader. Wat overblijft in de nier is urine met daarin opgeloste afvalstoffen. De urine wordt verzameld in het nierbekken, van waaruit het via de urineleider naar de blaas wordt afgevoerd. Vanuit beide nieren gaat er één urineleider naar de blaas. In de blaas wordt de urine opgeslagen. Wanneer de blaas met ongeveer 350 ml gevuld is (vol is), ontstaat er aandrang. Door de sluitspier van de blaas te ontspannen, verlaat de urine het lichaam via de plasbuis (urinebuis).


Figuur 2: Dwarsdoorsnede van de nier.


Functies van de nier
Afvalstoffen uit het bloed verwijderen
In het bloed zitten allerlei stoffen die nodig zijn om het lichaam goed te laten functioneren. Het bevat echter ook afvalstoffen die schadelijk zijn voor het lichaam. De nier zuivert het bloed van afvalstoffen.
Elke nier bevat ongeveer een miljoen nefronen. Elk nefron is opgebouwd uit bloedvaatjes, een nierfilter (zeeflichaampje, glomerulus) en een nierbuisje (zie figuur 3).
Het bloed dat via de nierslagader de nier binnenkomt, verspreidt zich over een groot aantal kleinere bloedvaatjes en gaat naar de zeeflichaampjes. Dit zijn kluwens van bloedvaatjes die in de nierschors liggen (buitenkant van de nier).
Het bloed stroomt het bloedvat van het zeeflichaampje in. Het aanvoerende bloedvat vertakt zich in een groot aantal bloedvaatjes, die uiteindelijk weer samenkomen in een afvoerend bloedvat (zie figuur 4). Om de bloedvaatjes in het zeeflichaampje heen zit een filter/zeef met kleine gaatjes, waar water, zouten en afvalstoffen doorheen kunnen. Cellen uit het bloed en eiwitten kunnen dit filter niet passeren. Door de hogere druk in de bloedvaatjes passeert een deel van het water met daarin opgeloste stoffen het filter. Deze opgeloste stoffen betreffen zowel goede stoffen als afvalstoffen. Dit gefiltreerde vocht wordt voorurine aan genoemd.
De voorurine van elk zeeflichaampje komt in het bijbehorende nierbuisje terecht (zie figuur 5). Vanuit hier wordt het afgevoerd naar het nierbekken. Per dag maken de nieren ongeveer 200 liter voorurine aan. Maar er wordt gemiddeld slechts anderhalve liter urine per dag geproduceerd. Dit komt doordat de nierbuisjes het overgrote deel van de voorurine heropnemen en teruggeven aan het bloed (terugresorptie). De afvalstoffen worden daarbij niet heropgenomen en komen zo in de uiteindelijke urine terecht. De nier heeft tevens de mogelijkheid extra afvalstoffen vanuit het bloed in de nierbuisjes uit te scheiden (secretie).
Wat aan het eind van de nierbuisjes overblijft, is de urine: overtollig vocht met daarin de opgeloste afvalstoffen. De mate van heropname (terugresorptie) en uitscheiding (secretie) bepaalt de uiteindelijke samenstelling van de urine. Bekende afvalstoffen die op deze wijze afgevoerd worden zijn creatinine (afvalstof van spierstofwisseling), ureum (afbraakproduct van eiwitten) en fosfaat. Per uur stroomt er ongeveer 60 liter bloed door de nieren. Dit betekent dat het bloed per dag meer dan tweehonderd keer de nieren passeert. De nieren kunnen op deze wijze grote hoeveelheden afvalstoffen verwijderen.



Figuur 3: De nefronen in de nieren zuiveren het bloed. Elk nefron is opgebouwd uit bloedvaatjes (1), een zeeflichaampje (nierfilter, glomerulus) en een nierbuisje (3).


Figuur 4: Schematische weergave van proes van filtratie in zeeflichaampje.


Figuur 5: In alle zeeflichaampjes bij elkaar wordt per dag ongeveer 200 liter voorurine geproduceerd. In de nierbuisjes wordt het grootste gedeelte van het vocht tezamen met de stofjes die het lichaam nodig heeft, weer heropgenomen in het bloed. De afvalstoffen blijven in de urine, die naar de blaas afgevoerd wordt.

Vocht- en zoutbalans regelen
Het lichaam bestaat voor twee derde deel uit water. Het lichaam kan alleen goed werken als de hoeveelheid vocht zo veel mogelijk gelijk blijft. De nieren zorgen daarvoor. Na veel drinken produceren de nieren bijvoorbeeld extra urine. De urine is dan verdund en ziet er licht uit. Als er weinig gedronken of veel gezweet wordt, ontstaat er een tekort aan vocht in het lichaam. De nieren zorgen er dan juist voor dat er weinig vocht wordt uitgescheiden: de urine is geconcentreerd en ziet er donker uit. Via de voeding krijgen we zouten binnen. De nieren zorgen ervoor dat overtollig zout wordt uitgescheiden via de urine. De hoeveelheid zouten in het bloed blijft hierdoor binnen bepaalde grenzen. Bij een verminderde werking van de nieren wordt er meer water en zout vastgehouden. Door meer of minder zout in de urine uit te scheiden heeft de nier invloed op de bloeddruk. Bij een lage bloeddruk reageert de nier door extra zout en water vast te houden. Hierdoor zal de bloeddruk stijgen.


Hormonen aanmaken
Een hormoon is een signaalstof (boodschapper) die in een orgaan wordt geproduceerd en aan het bloed wordt afgegeven. Het stroomt via het bloed naar andere delen van het lichaam en zet de cellen waarvoor de boodschap is bedoeld, aan het werk.
De nieren maken bijvoorbeeld het hormoon renine aan. Bij een verlaagde bloeddruk scheiden de nieren renine uit. Dit zet het in de lever geproduceerde angiotensinogeen om in angiotensine I, wat in het bloed vervolgens (door angiotensine converting enzyme) wordt omgezet tot angiotensine II. Dit heeft verschillende effecten, waardoor de bloeddruk zal stijgen.
  1. Het stimuleert de bijnier om het hormoon aldosteron aan te maken, wat ervoor zorgt dat er meer water en zout uit de nierbuisjes wordt heropgenomen in het bloed.
  2. Het stimuleert de hypothalamus tot het aanmaken van antidiuretisch hormoon (ADH: antiplashormoon), waardoor meer vocht uit de nierbuisjes heropgenomen wordt.
  3. Het verkleint de diameter van de bloedvaten (bloedvatvernauwing).

Deze drie effecten zorgen ervoor dat de bloeddruk zal stijgen. Bij een verhoogde bloeddruk gebeurt het omgekeerde. Zieke nieren maken meer renine aan dan normaal, waardoor de bloeddruk omhooggaat. Medicijnen die zorgen dat bovengenoemde stofjes niet aangemaakt worden of die hun effect blokkeren zijn daardoor belangrijke middelen bij nierziekten.
De nieren maken verder het hormoon erytro­poëtine (volksmond: EPO) aan. Dit is een hormoon dat in het beenmerg de aanmaak van rode bloedcellen (erytrocyten) stimuleert. Bij een verminderde werking van de nier wordt er minder erytropoëtine geproduceerd, waardoor er minder aanmaak is van rode bloedcellen (erytrocyten). Hierdoor ontstaat bloedarmoede, wat gepaard gaat met vermoeidheid.


Figuur 6: Schematische weergave hoe uitscheiding van renine door de nier een cascade in gang zet, waardoor de bloeddruk omhooggaat.

Rol bij botstofwisseling
Vitamine D bevordert de opname van calcium (kalk) uit de darm en de inbouw van calcium in de botten. Vitamine D is daarom belangrijk voor sterke botten. Onder invloed van zonlicht wordt in onze huid vitamine D aangemaakt. De nier is echter nodig om deze vitamine D om te zetten in een actieve vorm.


Nierschade
Een goede nierfunctie is belangrijk voor het functioneren van het lichaam. Wanneer de nier beschadigt, zal de nierfunctie verminderen. De nier kan beschadigd worden door verschillende oorzaken. Dit kan gebeuren door ziekten die alleen de nier zelf treffen, maar ook door ziekten waarbij meer orgaansystemen betrokken zijn. Daarnaast kan de nier ook schade oplopen door een hoge bloeddruk, aderverkalking, herhaalde urineweginfecties en voor de nier schadelijke stoffen of medicijnen.
Bij nierschade zijn de zeeflichaampjes en/of
de nierbuisjes aangetast. Bij beschadiging van de zeeflichaampjes functioneert het filter (de zeef) niet meer goed. Hierdoor kunnen eiwitten het filter passeren, waardoor er eiwit in de urine terechtkomt. Eiwit in de urine is dus een teken van nierschade. Een ander gevolg van nierschade is dat de nierfunctie afneemt. Afvalstoffen kunnen daardoor minder goed worden uitgescheiden.



Gestoorde nierfunctie
Creatinine wordt gebruikt om de nierfunctie te berekenen. Creatinine is een afvalproduct van de stofwisseling van de spieren. Dit komt in het bloed terecht en wordt via de nieren uitgescheiden in de urine. Als de nieren goed werken, wordt het creatinine goed gefilterd (gezeefd) in de zeeflichaampjes en komt zo in de urine. De hoeveelheid creatinine in het bloed zal daardoor laag zijn.
Wanneer de nier minder goed werkt, zal het creatinine minder gemakkelijk uitgescheiden worden in de urine. Het creatininegehalte in het bloed zal dan hoger zijn. De hoeveelheid creatinine in het bloed is dus een maat voor de nierfunctie. Hierbij moet echter wel gecorrigeerd worden voor de hoeveelheid spiermassa die iemand heeft. Iemand met veel spiermassa zal immers meer creatinine produceren dan iemand met weinig spiermassa. Het creatininegehalte in het bloed zal dan ook hoger zijn.
Een bodybuilder met een creatinineconcentratie van
130 µmol/l heeft een normale nierfunctie, terwijl een ­magere vrouw met weinig spiermassa bij diezelfde ­hoeveelheid een sterk gestoorde nierfunctie heeft.
De nierfunctie wordt uitgedrukt als de creatinineklaring: dit is de hoeveelheid bloedplasma (vocht in het bloed) die per minuut ontdaan (gezuiverd /geklaard) wordt van creatinine. Bij een creatinineklaring van 100 ml/minuut komt elke minuut de hoeveelheid creatinine die in 100 ml bloedplasma zit, in de urine. Voor jong- volwassenen is een klaring van 100 tot 125 ml/minuut normaal. Vanaf het dertigste levensjaar neemt dit met ongeveer 0,5 ml/minuut per jaar af.
De nierfunctie (creatinineklaring) kan berekend worden door te meten hoe hoog het creatininegehalte in het bloed is en hoeveel creatinine er in de urine zit. Hiertoe wordt gedurende 24 uur de urine verzameld en vervolgens het creatinine gemeten. Omdat dit een bewerkelijke methode is, zijn er ook verschillende formules ontwikkeld om de nierfunctie te schatten. Doordat de schattingen en berekeningen van elkaar kunnen verschillen, geeft dit nogal eens verwarring.



Gevolgen van nierfunctievermindering
De nieren hebben een grote reservecapaciteit. Gaat de nierfunctie achteruit, dan hebben de meeste mensen dat in eerste instantie niet in de gaten. Pas als de nieren nog maar voor 30 procent werken, ontstaan er klachten. Nierfunctieproblemen worden hierdoor pas laat herkend. Hoe snel de nierfunctie achteruitgaat, hangt af van de oorzaak. Dit kan heel langzaam achteruitgaan, maar ook heel snel. Soms blijft de nierfunctie gedurende lange tijd stabiel. Bij het achteruitgaan van de nierfunctie zullen de klachten toenemen. Hieronder wordt een aantal klachten beschreven die bij een sterk gestoorde nierfunctie  kunnen optreden. De mate van klachten hangt vooral af van de ernst van de nierfunctiestoornis, maar kan ook per persoon verschillen.

Klachten bij verminderde nierfunctie
Een belangrijke functie van de nieren is het zuiveren van het bloed (het verwijderen van afvalstoffen). Bij een verminderde nierfunctie zullen zich afvalstoffen ophopen in het bloed. Pas bij een sterk verminderde nierfunctie zal dit leiden tot klachten. De ophoping van afvalstoffen kan allerlei klachten geven zoals vermoeidheid, verminderde eetlust, jeuk en krampen. Ook kunnen ze de zenuwen in de ledematen aantasten, waardoor klachten van tintelingen in armen en/of benen kunnen optreden. Sommige mensen kunnen tevens het gevoel hebben op kussentjes te lopen. Met betrekking tot seksualiteit treden vaker impotentie (vermogen om een stijve penis te krijgen) en menstruatiestoornissen op. Bij ernstige nierfunctiestoornissen krijgt de huid een grauwe kleur.
Bij een verminderde nierfunctie raken ook de water- en zouthuishouding verstoord. De nieren kunnen moeilijker natrium (zout) uitscheiden. Hierdoor zal het lichaam meer zout en daardoor ook vocht vasthouden. De bloeddruk zal omhooggaan en er zullen vochtophopingen ontstaan. Deze vochtophopingen worden oedeem genoemd. De meest voorkomende plaats voor dit oedeem is rond de enkels. Dit is herkenbaar door met de vingers op de gezwollen huid te drukken, er blijven dan putjes achter. Ook is het elastiek van de kousen vaak zichtbaar, wanneer deze uitgedaan worden. Met name als er ook sprake is van een verminderde hartfunctie kan zich vocht in de longen ophopen.
Bij een verminderde nierfunctie raakt de calcium-fosfaathuishouding verstoord. Het calcium (kalk) in het bloed wordt lager, doordat de nier minder actief vitamine D aanmaakt. Hierdoor wordt er minder calcium vanuit de darmen in het bloed opgenomen. Daarnaast wordt bij een gestoorde nierfunctie het fosfaat minder goed uitgescheiden. Fosfaat is een stof die een rol speelt bij de omzetting van energie, de spier- en zenuwwerking en bij de botaanmaak. Het verlaagde calcium en verhoogde fosfaat in het bloed stimuleren de bijschildklier tot het aanmaken van meer bijschildklierhormoon. Dit hormoon zorgt ervoor dat er calcium en fosfaat uit het bot vrijgemaakt worden wat leidt tot een afwijkende botopbouw. De gestoorde calcium-fosfaathuishouding kan tevens leiden tot kalkneerslagen in de bloedvaten, waardoor de kans op hart- en vaatziekten groter wordt. Een hoog fosfaatgehalte in het bloed kan daarnaast jeukklachten geven.
Erytropoëtine is een stof die door de nieren gemaakt wordt en het beenmerg stimuleert om rode bloedcellen aan te maken. Bij een verminderde nierfunctie wordt er minder erytropoëtine aangemaakt, waardoor er minder nieuwe rode bloedcellen aangemaakt worden en bloedarmoede ontstaat. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar de spieren en organen. Bij bloedarmoede ontstaat er dus eerder een zuurstoftekort van spieren en organen. Wanneer spierweefsel minder zuurstof krijgt, zal het eerder vermoeid raken. Bloedarmoede geeft daarom klachten van vermoeidheid.
Behalve bovengenoemde klachten geven nierfunctiestoornissen tevens een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, zoals een hersenbloeding/infarct, een hartinfarct of etalagebenen (claudicatio intermittens). Ook maken ze het lichaam vatbaarder voor infecties doordat het afweersysteem minder goed werkt.


Figuur 7: Bij eenzelfde nierfunctie zal het creatininegehalte in het bloed bij iemand met veel spiermassa veel hoger zijn dan bij iemand met weinig spiermassa.

Nierfunctievervangende behandeling
Als de nieren voor nog maar 10 procent werken is een nierfunctievervangende behandeling nodig. Dit kan een niertransplantatie of dialysebehandeling zijn.




Samenvatting
De nieren zijn een onderdeel van het urinewegstelsel. In de nieren wordt het bloed gezuiverd. De afvalstoffen worden eruit gehaald
via de zogeheten zeeflichaampjes. Deze afvalstoffen komen in de urine die in het nierbekken verzameld wordt. Van daaruit wordt de urine via de urineleider naar de blaas afgevoerd. De nieren zorgen
er bovendien voor dat de vocht- en zoutbalans in het lichaam op
peil wordt gehouden. Verder produceren de nieren het hormoon renine dat een rol speelt bij het regelen van de bloeddruk en het hormoon EPO dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert.
Ook spelen de nieren een rol bij de botstofwisseling. Al deze functies kunnen verstoord raken als de nier schade oploopt, bijvoorbeeld door een ziekte. Om te zien of de nieren goed functioneren, wordt de hoeveelheid creatinine (een afvalproduct van de stofwisseling van de spieren) gemeten. Mensen kunnen zelf lange tijd niet in de gaten hebben dat hun nierfunctie verstoord is omdat de nieren een grote reservecapaciteit hebben. Pas als de nieren nog maar voor 30 procent werken, ontstaan er in de meeste gevallen klachten. Die kunnen heel divers zijn: vermoeidheid, verminderde eetlust, jeuk, krampen, tintelingen in armen en/of benen, impotentie en menstruatiestoornissen, grauwe huidskleur, vochtophoping (oedeem), bloedarmoede, en een verhoogde kans op hart- en vaatziekten.




verder




Een zieke nier


Een zieke nier en nu? geeft patiënten inzicht in de theorie van (de behandeling van) nierziekten. Aan de orde komen de werking van de nieren, wat er gebeurt als de nier niet goed werkt en welke onderzoeken er zijn om meer over de nier(ziekte) te weten te komen. Ook de behandelmogelijkheden komen aan bod. Aan het eind worden de verschillende aspecten van dialyse en niertransplantatie apart besproken. Dit boek is behalve voor patiënten ook bedoeld voor mensen die gewoon geïnteresseerd zijn in de werking van hun lichaam en voor mensen die een nierpatiënt in hun omgeving hebben.

Auteur(s) : Dr. Paul van der Boog
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549359

Eten met plezier


Eten met plezier helpt nierpatiënten al sinds 1975. Het staat boordevol verrassende recepten uiteraard vergezeld van de voedingswaarden. De vele variatietips maken het koken avontuurlijk, net als de kruidenwijzer, die zoutarm koken een heel nieuwe dimensie geeft.

Auteur(s) : Anke Spijker, Trijntje Kok
Prijs : € 24,50
ISBN : 9789491549700