Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie spreekuurthuis
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Wat zijn hormomen?

Hormonen zijn signaalstoffen. Ze worden door lichaamscellen of organen (klieren) van ons lichaam afgescheiden en in de bloedbaan gebracht. Zo kunnen ze op afstand een proces op gang brengen in andere cellen of organen, die juist voor deze hormonen gevoelig zijn. Groeihormoon (GH) bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat bij kinderen het skelet in de lengte groeit doordat het effect heeft op de botcellen in de groeischijven. Een ander voorbeeld is het antidiuretisch hormoon (ADH) dat de uitscheiding van water door de nier remt door een effect op de verzamelbuisjes in de nier.
Zowel GH als ADH worden in het hersenaanhangsel geproduceerd en bereiken via de bloedbaan respectievelijk de lange pijpbeenderen en de nieren, die we de doelorganen noemen. Voor ieder type hormoon bestaat een unieke bindingsplek aan de cel op het doelorgaan: de hormoonreceptor. Zo komen bijvoorbeeld op hormoongevoelige borstkankercellen receptoren voor vrouwelijk hormoon voor (oestrogenen) en op prostaatkankercellen receptoren voor mannelijk hormoon (androgenen). Cellen of organen reageren alleen op een hormoon als zij speciaal voor dat hormoon een hormoonreceptor hebben (de sleutel past zogezegd alleen in het juiste slot).
Een aantal klieren, organen en weefsels maakt hormonen aan. Daaronder vallen het schildklierhormoon uit de schildklier, insuline uit de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier, de bijnierschorshormonen uit de bijnieren, en diverse stimulerende hormonen voor andere organen die hormonen produceren uit de voorkwab van het hersenaanhangsel (hypofyse).



Geslachtshormonen
Binnen de groep van hormonen vallen ook de geslachtshormonen. Vanuit een speciaal gedeelte van de hersenen (hypothalamus) gaat een signaal in de vorm van het hormoon LHRH (luteïniserend hormoon releasing hormoon) in de richting van het hersenaanhangsel (hypofyse). Dat resulteert in de productie en afgifte van de hormonen LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikel stimulerend hormoon). Zoals de namen al suggereren, veroorzaken beide hormonen veranderingen in de eierstokken in de verschillende fasen van de menstruele cyclus bij de vrouw. De twee belangrijkste vrouwelijke geslachtshormonen die door de eierstokken (ovaria) gemaakt worden, zijn oestrogenen (oestradiol) en progestagenen (progesteron). In de eerste fase van de menstruele cyclus ontstaat in de eierstok een rijpende follikel (het eiblaasje) en komt uit de follikel oestradiol vrij. Na de eisprong wordt door de veranderde follikel progesteron gevormd.
De mannelijke geslachtshormonen worden voornamelijk in de teelballen (testes) geproduceerd. Mannelijke geslachtshormonen noemen we ook wel androgenen en het belangrijkste androgeen is testosteron. Bij de man induceert LH de vorming van testosteron in de teelballen en reguleert FSH de zaadproductie.
Naast de productie van geslachtshormonen in de geslachtsdelen worden mannelijke en vrouwelijke hormonen (androgenen en oestrogenen) ook in geringe mate in de bijnieren geproduceerd. Dit heeft alleen betekenis wanneer de productie van geslachtshormonen in de geslachtsdelen tot stilstand is gekomen.

Goede werking
De uiteindelijk gevormde geslachtshormonen (bij de vrouw oestradiol en progesteron, bij de man testosteron) hebben een remmende werking op de hypothalamus. Wanneer voldoende geslachtshormonen in de bloedbaan aanwezig zijn, wordt de afgifte van LHRH geremd, wat betekent dat ook de afgifte van LH en FSH geremd wordt. Op die manier wordt de productie van geslachtshormonen keurig geregeld (de zogenaamde negatieve terugkoppeling of negatieve feedback). Bij de vrouw staan de normale groei en ontwikkeling van de borsten en het baarmoederslijmvlies onder invloed van deze vrouwelijke geslachtshormonen. Bij de man vindt de normale groei en ontwikkeling van de prostaat alleen plaats bij aanwezigheid van het mannelijke geslachtshormoon.




Afwijkende werking
Kankercellen die zich in een tumor van de borst(en), het baarmoederslijmvlies of de prostaat bevinden, zijn ontstaan uit normale cellen van deze organen, maar vertonen in tegenstelling tot normale cellen ongeremde groei, zijn vaak geheel of ten dele afhankelijk van de aanwezigheid van geslachtshormonen om zich te kunnen handhaven en te blijven groeien. Zoals hiervoor al beschreven vindt de normale groei en ontwikkeling van de geslachtsorganen plaats onder invloed van de geslachtshormonen. Dit gebeurt aanvankelijk ook bij de groei en ontwikkeling van een kwaadaardige tumor, opgebouwd uit kankercellen die afkomstig zijn van deze geslachtsorganen. De kwaadaardige tumor is daarmee geheel of deels afhankelijk van de aanwezigheid van geslachtshormonen om zich te kunnen handhaven of te blijven groeien. Als dat zo is, wordt de tumor hormoongevoelig genoemd.
Van deze speciale eigenschap, de gevoeligheid voor geslachtshormonen, wordt gebruikgemaakt bij de behandeling van kwaadaardige tumoren, die afkomstig zijn van de borst(en), het baarmoederslijmvlies of de prostaat. Door het geslachtshormoon te onttrekken aan het lichaam of de functie van het geslachtshormoon te blokkeren, kunnen de groei en de ontwikkeling van deze kwaadaardige tumoren kortere of langere tijd gunstig beïnvloed worden. Of een kwaadaardige tumor goed gevoelig is voor geslachtshormonen kan bij een aantal tumoren voorspeld worden door weefselonderzoek. In borstkankerweefsel en baarmoederkankerweefsel kan de patholoog voorpellen of er sprake is van een hormoongevoelige tumor door het hormoonreceptorgehalte te meten. In prostaatkankerweefsel is er bijna altijd sprake van hormonale gevoeligheid. Dit wordt niet door weefselonderzoek bepaald.

Wat is een hormoonbehandeling en hoe werkt het?
Hormoonreceptoren zijn de ontvangers van hormoonsignalen. De keuze voor hormoonbehandelingen ofwel hormonale therapie hangt daarom onder meer af van de aan- of afwezigheid van hormoonreceptoren op of in de tumorcellen. De kans op een gunstige reactie op de hormonale behandeling is dan ook het grootst als het kankerweefsel over hormoonreceptoren beschikt. Bij borstkanker neemt de kans op een gunstige reactie toe naarmate het gehalte aan hormoonreceptoren groter is (de ondergrens is 10%).
Hormonale therapie maakt gebruik van de normale werking van de hormoonhuishouding. Door middel van hormonale therapie wordt geprobeerd de productie van de betrokken hormonen stil te leggen of zoveel mogelijk de werking van de hormonen teniet te doen (zodat de sleutel niet meer in het sleutelgat past). Het resultaat daarvan is dat de groei van de tumor afneemt zodat de tumor kleiner wordt of geheel verdwijnt, of dat nog aanwezige maar niet aantoonbare hormoongevoelige tumorcellen worden opgeruimd.
Hormonale behandelingen met middelen die de effecten van vrouwelijke of mannelijke hormonen tegengaan, worden toegepast bij vrouwen met borstkanker of baarmoederkanker en bij mannen met prostaatkanker. Zo'n hormonale behandeling kan maanden of jaren duren. Als de tumor niet meer reageert op een bepaalde vorm van hormonale behandeling, kan een andere vorm van hormoonbehandeling nog wel helpen. De kans dat een tweede of volgende vorm van hormonale therapie een gunstig effect heeft, wordt wel groter naarmate de vorige behandeling aansloeg.
Bij vrouwen die nog regelmatig menstrueren vindt aanmaak van vrouwelijke hormonen (oestrogenen) voornamelijk in de eierstokken (ovaria) plaats. Na de overgang worden geen oestrogenen meer aangemaakt door de eierstokken, waardoor overgangsverschijnselen kunnen ontstaan. Wel worden in de bijnieren nog mannelijke hormonen (androgenen) aangemaakt die in vetweefsel en ook in hormoongevoelige tumorcellen zelf kunnen worden omgezet in oestrogenen door
het enzym aromatase. Door dit enzym te remmen, daalt de oestrogeenspiegel die al in de overgang lager werd nog verder waardoor een gunstig hormonaal effect kan optreden op hormoongevoelige tumorcellen. Deze geneesmiddelen worden aromataseremmers genoemd.






terug verder