Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie spreekuurthuis
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Wat is kanker?

Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. De meeste cellen delen zich regelmatig met als doel:
* uitbreiding (groei);
* vervanging van oudere cellen (denk aan huidschilfers);
* herstel (wondjes).
Bij gezonde cellen stopt het delen automatisch als hun aantal op peil is. Een uitzondering hierop vormen de cellen van nagels en haren, want die blijven zich delen om te kunnen doorgroeien.
De informatie voor het regelen van de groei ligt opgeslagen in het materiaal van de cellen. Dit materiaal dat we de genen of het DNA noemen, hebben we van onze ouders geërfd. Het zorgt ervoor dat cellen voortdurend worden vervangen.
Soms raakt het DNA beschadigd en kan het zich niet goed herstellen. De cel waar dit beschadigde DNA zich in bevindt, kan daardoor ontregeld raken en zich vervolgens ongecontroleerd blijven delen. Zo'n cel noemen we een kankercel. Kankercellen hopen zich uiteindelijk op en vormen een kwaadaardig gezwel. Een gezwel noemen we ook wel een tumor.

Tumor
Een tumor kan zowel goedaardig als kwaadaardig zijn. In het geval van een goedaardige tumor krijgt het lichaam de celdeling uiteindelijk weer onder controle, zoals we bijvoorbeeld kunnen zien bij een wrat. Behandeling kan soms echter ook bij een goedaardige tumor noodzakelijk zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de tumor tegen omliggende organen drukt.
Bij kwaadaardige tumoren is het regelmechanisme zo zwaar beschadigd dat het lichaam de celdeling niet meer onder controle krijgt. De cellen drukken tegen omliggende organen, groeien erin door of zaaien uit. Dat wil zeggen dat ze zich uitbreiden naar andere organen in de directe omgeving van de tumor of dat ze zich verspreiden in het lichaam via lymfebanen naar lymfeklieren of via de bloedbaan naar andere organen.
Bekend is dat cellen die goed van zuurstof en voedingsstoffen worden voorzien, zich gemakkelijker delen (prolifereren), dan cellen die niet genoeg zuurstof en voedingsstoffen krijgen. Cellen met een gebrek aan zuurstof en voedingsstoffen zullen een slapend of rustend bestaan leiden.
Tumorcellen kunnen zich ontwikkelen tot eindcellen, wat wil zeggen dat ze veranderen in cellen die zich niet meer delen. Dergelijke cellen noemen we ook wel gedifferentieerde cellen.



Als we dus van een goed gedifferentieerde tumor spreken, dan bevat zo'n tumor veel cellen die zich niet meer kunnen delen, waardoor de tumor maar langzaam groeit. Daarentegen bevatten snel groeiende tumoren dus veel prolifererende cellen en deze tumoren noemen we dan ook vaak matig tot slecht gedifferentieerd.
Dit beeld van een tumor is erg schematisch. Delende tumorcellen blijken niet tweemaal zoveel dochtercellen te produceren als gezonde cellen. Na deling van bijvoorbeeld 1000 cellen zullen geen 2000, maar misschien 1100 cellen ontstaan. We zeggen dan dat er celverlies is opgetreden. Niet-levensvatbare cellen worden door het lichaam afgevoerd. Tumoren met veel celverlies groeien langzaam.

Klachten
De klachten die door een tumor worden veroorzaakt, kunnen sterk variëren. Iemand kan bijvoorbeeld helemaal geen klachten hebben of al een hele tijd erg moe zijn. Maar ook klachten als kortademigheid (bij longkanker), bloedverlies (bij baarmoederkanker) of een hese stem (bij strottenhoofdkanker) kunnen voorkomen. Omdat een tumor overal in het lichaam kan ontstaan, is het onmogelijk alle klachten op te sommen. Pijn is zeker niet de meest voorkomende klacht.

Uitzaaiingen



Bij een kwaadaardige tumor kunnen cellen losraken en in het afvalverwerkingsysteem van het lichaam, de lymfebanen, terechtkomen. De lymfebanen hebben tussenstations, lymfeklieren genaamd. Als kankercellen in de lymfeklieren worden gevonden, spreken we van lymfogene uitzaaiingen of metastasen.
Tumorcellen kunnen ook rechtstreeks in het bloed terechtkomen en van daaruit in andere organen. Het gezwel dat zo ontstaat, noemen we een hematogene uitzaaiing of metastase. Zulke metastasen komen meestal voor in de longen, de lever, de hersenen of de botten.
Als tumorcellen zich door het lichaam verspreiden, is de kans op genezing duidelijk kleiner. Ook als een tumor niet op de behandeling reageert, kunnen tumorcellen zich alsnog gaan verspreiden en in vitale organen zoals longen en lever terechtkomen. De belangrijkste levensfuncties worden dan aangetast, waardoor de patiënt uiteindelijk overlijdt.

Voorkomen



Kanker vormt na hart- en vaatziekten de tweede doodsoorzaak in de westerse wereld. In 1999 werd in Nederland bij 35.000 mannen en 34.000 vrouwen kanker geconstateerd. In 2001 stierven er 38.000 mensen aan kanker. Vaak wordt gedacht dat kanker één ziekte is, maar er zijn meer dan honderd soorten kanker, die op verschillende plaatsen in het lichaam kunnen optreden. Er bestaat ook niet één soort longkanker of één soort borstkanker. Het is dan ook begrijpelijk dat niet elke patiënt op dezelfde manier behandeld wordt en niet elke patiënt hetzelfde reageert op behandeling van wat op het eerste oog dezelfde aandoening lijkt.




verder