Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie spreekuurthuis
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Wanneer wordt hormonale therapie toegepast?

Hormoonbehandelingen worden bij vrouwen vooral toegepast bij borstkanker en baarmoederkanker als er sprake is van een hormoongevoelige tumor. Bij mannen gebruikt men het bij prostaatkanker.
Verder komt hormoonbehandeling aan bod bij bepaalde vormen van leukemie, het Hodgkin lymfoom (de ziekte van Hodgkin), non-Hodgkin lymfomen en het multipel myeloom (de ziekte van Kahler). Bij deze aandoeningen wordt vaak naast chemotherapie ook een overmaat van het bijnierschorshormoon cortisol (prednison of dexamethason) gegeven, waardoor de effectiviteit van de behandeling toeneemt.
Bij schildklierkanker wordt in eerste instantie de tumor chirurgisch verwijderd evenals zo veel mogelijk schildklierweefsel. Zo mogelijk wordt daarna nabehandeld met radioactief Jodium om datgene wat chirurgisch niet verwijderd kon worden alsnog uit te schakelen. Hierna is het noodzakelijk om levenslang schildklierhormoon te gebruiken. Daarbij is het van belang dat het hormoon (uit de hypofyse) dat de schildklier stimuleert (TSH) onderdrukt wordt. De Schildklierstichting Nederland (voor adres en telefoonnummer zie het hoofdstuk Adressen) beschikt over brochures waarin diverse aspecten van de behandeling van schildklierkanker worden beschreven.
Daarnaast kan hormonale therapie worden overwogen bij vrij zeldzame tumoren van het maagdarmkanaal, het zogenaamde carcinoïd. Dat kan wanneer er sprake is van een overproductie van vaatverwijdende stoffen die tot flushes en diarreeaanvallen kunnen leiden. Een therapie met het hormoon somatostatine kan ook worden toegepast bij hormoonproducerende tumoren van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Somatostatine remt allerlei hormonen uit de alvleesklier en het maagdarmkanaal. Als therapie voor bovengenoemde zeldzame situaties kan somatostatine (octreotide) enkele keren per dag met onderhuidse injecties worden toegediend of 1 keer per maand met een depotinjectie in de bilspier.

Relatie met andere behandelingsvormen
Wanneer een behandeling is gericht op het genezen van een patiënt, noemen we dat een curatieve ('genezende') behandeling.
Na een chirurgische en/of radiotherapeutische behandeling kan een adjuvante (aanvullende) hormonale behandeling worden toegevoegd om eventuele niet-waarneembare uitzaaiingen op te ruimen. Een dergelijke behandeling kan ook vooraf aan de chirurgische behandeling worden gegeven. We spreken dan van neo-adjuvante therapie, die tot doel heeft om de tumor voor de operatie te verkleinen en tegelijkertijd ook al niet-waarneembare tumorcellen op andere plekken in het lichaam uit te schakelen. Bij borstkanker is naast adjuvante hormonale therapie ook adjuvante chemotherapie zinvol, zeker bij patiënten jonger dan vijftig jaar en bij patiënten tot zeventig jaar met regionale lymfekliermetastasen. Chemotherapie wordt in het algemeen vooraf aan hormonale therapie gegeven. De gunstige effecten zijn waarschijnlijk onafhankelijk van elkaar en vullen elkaar dus aan. Bij die patiënten bij wie sprake is van overexpressie van de Humane Epidermale groeifactor Receptor 2 (HER 2) is zeer recent aangetoond dat ook de kans op genezing wordt vergroot door een adjuvante behandeling met trastuzumab (Herceptin) gedurende 1 jaar. Dit geneesmiddel wordt wekelijks of driewekelijks per infuus toegediend en is een vorm van immunotherapie, aangezien de HER 2-receptor door een specifieke antistof daartegen wordt geblokkeerd (de sleutel past niet meer in het sleutelgat). Deze therapie wordt gecombineerd met adjuvante hormonale thrapie als er sprake is van een hormonaal gevoelige vorm van borstkanker.
De hormonale behandeling van de man bij prostaatkanker wordt soms als adjuvante behandeling gebruikt, bijvoorbeeld in combinatie met een bestraling van de prostaat. De combinatie van behandelingen heeft dan een beter resultaat dan ieder van de behandelingen op zich.
Als de ziekte niet meer te genezen is, kan een palliatieve ('verzachtende') behandeling gegeven worden. Deze is bedoeld om de ziekte te remmen en/of de klachten te verminderen. Op die manier kan worden bereikt dat de patiënt minder last heeft van zijn ziekte, en dat hij zo veel mogelijk zijn gewone leven kan leiden.
Wanneer alleen palliatieve therapie zinvol is bij een patiënte met borstkanker die is uitgezaaid naar andere organen, zal altijd eerst bij een hormoongevoelige tumor hormonale therapie worden overwogen. Pas wanneer hormonale therapie geen gunstig effect heeft laten zien, zal chemotherapie worden overwogen. Dat gebeurt omdat de bijwerkingen van hormonale therapie in het algemeen minder ernstig zijn en de kwaliteit van leven daardoor veel beter is met minder vaak bezoeken aan het ziekenhuis. Hiernaast moet bij een pijnlijke botmetastase altijd radiotherapie worden overwogen, eventueel voorafgegaan door een chirurgische ingreep wanneer een fractuur dreigt. Daarnaast is aangetoond dat bij patiënten met botuitzaaiingen van borstkanker, behandeling met medicijnen die de botafbraak remmen (bisfosfonaten) ervoor zorgt dat het gebruik van pijnstillers afneemt en de kans op een fractuur ook vermindert.






terug verder