Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie spreekuurthuis
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Onderzoek en diagnose

Er zijn heel veel verschillende soorten kanker. Voor het kiezen van de meest geschikte behandeling is het daarom van groot belang om vast te stellen welke soort kanker iemand precies heeft. Om dat te achterhalen, moet materiaal uit de tumor worden onderzocht. Dit materiaal haalt de arts soms via een heel dunne naald uit de tumor (cytologische punctie). In de meeste gevallen echter haalt de chirurg onder plaatselijke of algehele verdoving (narcose) de tumor in zijn geheel of gedeeltelijk weg. Dit verwijderde weefsel stuurt hij vervolgens voor onderzoek naar het pathologisch-anatomisch laboratorium. Overigens wordt wel beweerd dat het weefsel uit de tumor daar op kweek wordt gezet, maar dat is niet juist. Het tumorweefsel wordt gefixeerd, in dunne plakjes gesneden, met specifieke kleurstoffen bewerkt en uiteindelijk onder de microscoop bekeken. Dit bewerken en bekijken van het weefsel duurt gemiddeld zeven dagen, vandaar dat u nooit direct de uitslag hoort.
Het beoordelen van het weefsel onder de microscoop hoort tot het werk van de patholoog. Hij schrijft zijn bevindingen op in het pathologisch-anatomische verslag (PA-verslag).

Waar zit de tumor?
Het is niet alleen van belang om het type kanker vast te stellen. De arts moet ook achterhalen waar precies de tumor in het lichaam zit (of zat) en of er plaatselijk tumorcellen zijn achtergebleven na een operatie. Bovendien moet hij nagaan of tumorcellen de omgeving hebben aangetast en of er uitzaaiingen zijn naar lymfeklieren of andere organen.
Tijdens een operatie worden vaak ook de lymfeklierstations verwijderd die in de buurt van de tumor liggen. Soms volgt er zelfs een aparte operatie om de lymfeklieren te verwijderen. Bij borstkanker wordt dat bijvoorbeeld vaak gedaan met de okselklieren. In het PA-verslag staat of er tumorcellen in de klieren zijn gevonden, of de tumor in zijn geheel is verwijderd en of er uitzaaiingen in de omgeving zijn. Om te achterhalen of er zich uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam bevinden, kunnen op de afdeling radiologie röntgenfoto's, een computertomogram (CT) of een magnetic resonance imaging-scan (MRI) worden gemaakt, evenals een zogenaamde PET-scan (positron emissie tomografie). Met de laatstgenoemde PET-scan kan de exacte plaats van de tumor worden bepaald door het afbeelden van de stofwisseling van de tumor. De botscan en de PET-scan worden op de afdeling nucleaire geneeskunde gemaakt. Al deze onderzoeken hebben tot doel zo veel mogelijk informatie te krijgen over de precieze plaats en uitbreiding van de tumor.

Second opinion
Kankerpatiënten die een second opinion (tweede mening) vragen omdat ze twijfels hebben over de diagnose of het behandelplan, hebben meestal behoefte aan meer zekerheid. Het kan echter ook zijn dat ze behoefte hebben aan hulp bij het maken van een keuze of dat ze hulp nodig hebben omdat ze willen afwijken van de voorgestelde behandeling. Voor een second opinion kan elke patiënt bij een universitair medisch centrum terecht of bij een van de twee categorale kankercentra (het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam of de Daniël den Hoed kliniek in Rotterdam). De Daniël den Hoed kliniek is sinds enige tijd onderdeel van het Erasmus Universitair Medisch Centrum. Een verzoek om een second opinion moet wel met de eigen specialist besproken worden, omdat die ervoor moet zorgen dat de benodigde medische gegevens en foto's kunnen worden meegenomen. Vaak kunnen specialisten in één of twee gesprekken hun second opinion geven. Een enkele keer is aanvullend onderzoek nodig. In principe wordt u daarna voor de behandeling terugverwezen naar uw eigen specialist. Vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoeden een consult voor een second opinion.




terug verder