Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie spreekuurthuis
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Leven met kanker

Met een hormonale behandeling kan de ziekte kanker lange tijd tot staan gebracht worden. De lengte van zo'n periode kan variëren van maanden tot jaren. Ongeveer twintig procent van de mannen die een hormoonbehandeling hebben gehad om de prostaatkanker te remmen, is na vijf jaar nog in leven. Mannen met prostaatkanker hebben vaak in eerste instantie geen pijn. Als de ziekte niet te genezen is, krijgen de meeste mannen uiteindelijk uitzaaiingen in de botten. Vaak kan de ziekte door de hormonale behandeling langere tijd tot staan worden gebracht, maar de lengte van die periode hangt vooral af van de uitgebreidheid van de ziekte op het moment van de diagnose. In sommige gevallen gaat het om maanden, in andere gevallen leven de mannen nog vele jaren.
Bij veel vrouwen met borstkanker die een hormoongevoelige tumor hebben en bij wie er een indicatie is voor adjuvante hormonale therapie, zal deze behandeling gedurende vijf jaar worden gegeven. Bij jonge vrouwen betekent dit dat zij vrij plotseling in de overgang raken en dit in principe gedurende vijf jaar zullen blijven. Dit betekent vaak een verandering in seksuele functie met minder vochtproductie in de vagina en een toegenomen kans op vaginale infecties. Glijmiddelen kunnen hierin wat helpen. Vaak is er sprake van een gewichtstoename van enkele kilo's, is er sprake van stemmingsverandering en ontstaan er wat gewrichtsklachten of spierkrampen.
Wanneer er sprake is van kinderwens kan dit na afloop van de hormonale therapie op de normale manier worden geprobeerd. Er is tijdens een eventuele zwangerschap geen extra verhoogd risico voor een recidief mammacarcinoom. Wel zal steeds de prognose op individuele basis moeten worden besproken en ook de wens om een hormonale therapie korter te gebruiken, moet worden afgewogen tegen het risico dat dit zou kunnen opleveren.
Bij vrouwen die in de overgang zijn, kunnen de bijwerkingen van dien aard zijn dat aan een andere hormonale therapie moet worden gedacht. Gewrichtsklachten kunnen bij een kleine groep patiënten met borstkanker zeer hinderlijk zijn. Ook moet bij ernstige opvliegers gezocht worden naar een niet hormonale therapie om dit wat te verlichten.

Vermoeidheid
Vermoeidheid kan ontstaan door kanker zelf en/of als gevolg van de behandeling ervan. Dit laatste is een gevolg van de bijwerkingen die medicijnen kunnen hebben. Steeds meer mensen geven aan hiervan last te hebben. Een aantal krijgt na langere tijd nog last van (extreme) vermoeidheid die lang kan aanhouden. Wanneer iemand palliatief behandeld wordt, kan de vermoeidheid ook te maken hebben met het voortschrijdende ziekteproces. De kanker scheidt actieve stoffen (cytokines) in de bloedbaan af, die een neergaande spiraal veroorzaken in het welbevinden en leiden tot verlies in eetlust, tot gewichtsverlies, enzovoort.

Pijn
Over pijn bij kanker bestaan veel misverstanden. Men wacht vaak (te) lang met het gebruiken van pijnstillers. De angst bestaat dat niets meer voldoende zal helpen als de pijn verder toeneemt. Of men is bang om verslaafd te raken. Maar een goede pijnmedicatie maakt het meestal mogelijk om toch weer dingen te ondernemen. Kanker hoeft zeker niet altijd met pijn gepaard te gaan en aanvankelijk hebben veel patiënten geen pijn. Maar als de ziekte zich uitbreidt en er sprake is van uitzaaiingen, kan er wel pijn optreden. Bijvoorbeeld door druk op een zenuw of door uitzaaiingen in de botten.
Pijn wordt ook niet altijd alleen door de ziekte zelf veroorzaakt. Angst kan bijvoorbeeld ook een belangrijke rol spelen, zoals de angst om afhankelijk te worden van anderen of de angst voor de dood. Allerlei emoties die door uw ziekteproces worden opgeroepen, kunnen uw lichamelijke pijn versterken.
Pijn heeft een grote invloed op het dagelijks functioneren. Daarom is het belangrijk uw pijnklachten tijdig met uw arts te bespreken. Praten over pijn is dan ook geen zeuren, maar een signaal voor uw arts.
Bij het behandelen van pijnklachten zal in eerste instantie worden gekeken naar de oorzaak van de pijn en of deze oorzaak kan worden weggenomen. Dit is helaas niet altijd mogelijk, maar meestal kan de pijn wel worden verminderd of draaglijk worden gemaakt. Uw behandelaar zal proberen om een pijnstiller te vinden die uw pijn zo goed mogelijk onderdrukt en zo min mogelijk bijwerkingen geeft. Om de pijnstiller zo optimaal mogelijk te laten werken is het van groot belang om de voorgeschreven dosis op regelmatige tijden in te nemen en niet te wachten totdat u pijn heeft. Pijnstillers werken namelijk het beste wanneer hiervan steeds een bepaalde hoeveelheid in het bloed aanwezig is. Er zijn pijnstillers in de vorm van tabletten, capsules, drankjes, injecties, pleisters of zetpillen. Daarnaast zijn er nog tal van andere mogelijkheden om pijn te behandelen, waaronder radiotherapie, toediening van pijnstillende middelen via het ruggenwervelkanaal of het blokkeren van een zenuw. Ontspanningsoefeningen en fysiotherapie kunnen ook bijdragen aan verlichting van de pijn.

Voeding
Een goede voedingstoestand en vooral een stabiel lichaamsgewicht vergroten de mogelijkheid om een behandeling te doorstaan en ervan te herstellen. Uw afweer wordt daarmee in optimale conditie gehouden. Goede voeding voor mensen met kanker verschilt niet wezenlijk van de adviezen die voor gezonde mensen gelden: voldoende energie (calorieën), voldoende vocht en voldoende voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen. Ook belangrijk is het genoegen dat eten en drinken u kunnen bieden. Kies daarom uw voeding uit, zodat u ervan kunt genieten.
Soms ontstaan door een behandeling problemen met eten, omdat de bijwerkingen zoals slechte eetlust en misselijkheid het eten moeilijk maken. Meestal zijn deze bijwerkingen tijdelijk, maar in een aantal gevallen laat de behandeling blijvende sporen na en lukt het niet om weer alle voedingsmiddelen te gebruiken.
Aan uw gewicht kunt u zien of uw voeding voldoende calorieën levert. Door uzelf regelmatig te wegen, bijvoorbeeld één keer per week, kunt u bijhouden of u afvalt, dan wel aankomt. Als u afvalt, is dat een teken dat de ziekte of de behandeling meer energie vraagt. Of misschien bent u ongemerkt, door afgenomen eetlust, minder gaan eten.
Praat met uw arts of verpleegkundige over uw voeding wanneer u in korte tijd bent afgevallen: meer dan drie kilo binnen een maand of zes kilo binnen een half jaar. Overleg ook met hen wanneer u moeite hebt om voldoende te drinken of wanneer het u niet lukt voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Voor een persoonlijk advies kunnen zij u doorverwijzen naar een diëtist die met hen samenwerkt.
Wanneer u in de situatie komt dat uw ziekte verergert en u hebt voldoende eetlust, probeer dan goed te blijven eten. Wanneer het ziekteproces vergevorderd is, gaat de voedingstoestand onvermijdelijk achteruit. De vermagering wordt veroorzaakt door het ziekteproces zelf. De lichaamshuishouding raakt ontregeld, waardoor de gebruikte voeding minder goed wordt benut.

Speciale voeding of dieet
Er zijn patiënten die als aanvulling op de behandeling van het ziekenhuis speciale voeding, een dieet of voedingssupplementen willen gebruiken. Wetenschappelijk onderzoek heeft tot nu toe niet aannemelijk gemaakt dat een bepaald eetpatroon of dieet een eenmaal ontstaan kankerproces gunstig kan beïnvloeden. Maar als het u aanspreekt, kan het wel een steun voor u betekenen. Omdat u misschien zelf iets wilt doen, omdat u ervaart zo invloed op uw situatie te kunnen uitoefenen of omdat het past bij uw kijk op het leven. In het geval van prostaatkanker beschikt men over aanwijzingen voor het feit dat het dieet (naast aanleg) invloed heeft op het ontstaan van prostaatkanker (preventie). Het ontstaan van prostaatkanker zou mogelijk vertraagd of voorkomen kunnen worden door een dieet dat uit beperkt rood vlees en dierlijke vetten bestaat. Kortweg, een dieet met vlees van dieren met minder of meer dan vier poten (bijv. vis, gevogelte, krab, enz.), plantaardige vetten/olieën, vitamine-D (blootstelling aan de zon), enzovoort. In essentie een dieet als uit de Italiaanse keuken. Bij uitgezaaid prostaatkanker (palliatie) worden uit soja bereide producten en groene thee, met andere woorden producten uit de Chinese keuken, gemeld met een positief (lees: remmend) effect op de prostaatkanker. Op het moment worden meerdere onderzoeken gedaan naar het effect van dieet op het voorkomen en afremmen van prostaatkanker.
Meestal is het goed mogelijk om ook met een speciaal dieet een goede voeding samen te stellen. Het kan echter zijn dat u door uw ziekte of de behandeling moeite hebt met eten. Het kan ook zijn dat u door uw behandeling voor korte of langere tijd niet normaal mag of kunt eten. Uw voeding moet worden aangepast aan uw medische en persoonlijke situatie. Selenium wordt genoemd als een sporenelement met een remmende werking op het ontstaan van prostaatkanker (preventie). De werking van Selenium wordt in dit kader onderzocht bij het voorkomen van prostaatkanker, evenals enkele vitamines (D, E). Voedingssupplementen zijn soms een nuttige aanvulling, maar ze kunnen ook schadelijk zijn als u te veel van bepaalde stoffen binnenkrijgt. Overleg daarom altijd met uw arts en diëtist wanneer u erover denkt om een speciaal dieet of voedingssupplementen te gebruiken.

Een moeilijke periode
Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Dat geldt voor de periode dat er onderzoeken plaatsvinden, voor het moment dat u te horen krijgt dat u kanker hebt en voor de periode dat u wordt behandeld. Na de behandeling is het meestal niet eenvoudig de draad weer op te pakken. Ook uw partner, kinderen, familieleden en vrienden krijgen veel te verwerken. Vaak voelen ook zij zich machteloos.
Er is geen pasklaar antwoord op de vraag hoe u het beste met kanker kunt leven. Elk mens is anders en elke situatie is anders. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Kanker maakt vaak zo veel emoties los en is zo ingrijpend, dat het moeilijk kan zijn de werkelijkheid onder ogen te zien. Voor sommigen lijkt het daarom net of het over iemand anders gaat, anderen beseffen vanaf het begin ten volle wat er aan de hand is.
Uw stemmingen kunnen ook heel wisselend zijn. Het ene moment bent u misschien erg verdrietig, het volgende moment vol hoop. Misschien raakt u door de ziekte en alles wat daarmee samenhangt uit uw evenwicht. U hebt het gevoel dat alles u overkomt en dat u zelf nergens meer invloed op hebt. De onzekerheden die kanker met zich meebrengt, zijn niet te voorkomen. Er spelen vragen als: slaat de behandeling aan, van welke bijwerkingen zal ik last krijgen en hoe moet het straks verder. U kunt wel meer grip op uw situatie proberen te krijgen door goede informatie te zoeken, een dagboek bij te houden of er met anderen over te praten: met mensen uit uw omgeving, uw (huis)arts of (wijk)verpleegkundige. Er zijn ook mensen die alles liever over zich heen laten komen en hun problemen en gevoelens voor zich houden. Bijvoorbeeld omdat zij een ander er niet mee willen belasten of gewend zijn alles eerst zelf uit te zoeken.

Extra ondersteuning
Een aantal mensen komt niet zelf uit de moeilijkheden. Naast de steun van partner, kinderen en bekenden en de zorg van arts en verpleegkundigen, hebben zij meer nodig om de situatie het hoofd te kunnen bieden. Sommigen zouden graag extra ondersteuning willen hebben van een deskundige om stil te staan bij wat hun allemaal is overkomen. Zowel in als buiten het ziekenhuis kunnen zorgverleners als sociaal verpleegkundigen, maatschappelijk werkenden, psychologen of geestelijk verzorgers u extra begeleiding bieden. De Nederlandse Kankerbestrijding hecht veel waarde aan een goede begeleiding van kankerpatiënten en naasten. Samen met bijvoorbeeld zorgverleners in ziekenhuizen en vrijwilligers bij patiëntenverenigingen worden speciale begeleidingsprogramma's ontwikkeld.
In sommige plaatsen in Nederland zijn speciale organisaties gevestigd zoals Inloophuizen, of zijn gespecialiseerde therapeuten werkzaam. Achter in de brochures van de Nederlandse Kankerbestrijding staan informatiecentra vermeld die u op bovengenoemde mogelijkheden kunnen wijzen.




terug verder