Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie spreekuurthuis
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
De behandeling

De behandeling van kanker is in ons land goed georganiseerd. In Nederland bevinden zich negen regionale Integrale Kankercentra (IKC's). Zij ondersteunen en organiseren in alle ziekenhuizen oncologiebesprekingen. Dit zijn besprekingen over patiënten met kanker die in een ziekenhuis worden behandeld. Alle medisch specialisten die de kankerpatiënten behandelen, zijn bij die besprekingen aanwezig, evenals consulenten die door de IKC's zijn aangesteld.
De consulenten van de IKC's zijn medisch specialisten die zich hebben toegelegd op de behandeling van kanker. Het zijn onder andere radiotherapeuten, internisten met een extra specialisatie oncologie of hematologie, of chirurgen met een extra specialisatie oncologie. Ook de eigen huisarts wordt voor zo'n bespreking uitgenodigd. Alle gegevens worden nogmaals bekeken en doorgesproken en er wordt een behandelplan voorgesteld, dat de specialist met de patiënt zal bespreken.

Behandelingsdoelen
Bij de opstelling van het behandelplan wordt er goed op gelet met welk doel de behandeling wordt ingezet. Dat doel kan gericht zijn op genezen (curatieve therapie). Soms is genezing echter niet meer mogelijk omdat er elders uitzaaiingen zijn, bijvoorbeeld in de botten. Als u door zo'n uitzaaiing pijn krijgt, kunt u bestraald worden of medicijnen krijgen die de botafbraak tegengaan en/of een pijnstillend effect hebben. In dat geval is het doel van de therapie vooral gericht op het bestrijden van klachten en op de verbetering van klachten (palliatieve therapie). Wanneer die klachten gedurende langere tijd verbeteren, en bij hormonale therapie kan dit vele maanden tot jaren zijn, is er zeker ook sprake van levensverlenging. Afhankelijk van het type kanker dat bij u is vastgesteld kan behandeling met medicijnen (chemotherapie, hormonale therapie, doelgerichte therapie op specifieke kenmerken van de tumorcel of zijn directe omgeving of immunotherapie) een gunstig beloop hebben op uw ziekte.
Ten slotte kennen we nog de begrippen electieve en adjuvante therapie. Electieve therapie houdt in dat een plek waar een tumor heeft gezeten uit voorzorg wordt nabehandeld. Dit gebeurt om te voorkomen dat tumorcellen die misschien zijn achtergebleven, tot een nieuwe tumor kunnen uitgroeien. Een voorbeeld hiervan is de bestraling van de gehele borst nadat de tumor in de borst is verwijderd. Bij adjuvante therapie worden medicijnen (chemotherapie, hormoontherapie, doelgerichte therapie of immunotherapie) toegediend, die eventueel nog aanwezige tumorcellen doden. De tumorcellen die met deze medicijnen bestookt worden, zijn met de huidige technieken echter niet aan te tonen. Wel nemen de mogelijkheden toe om een betere inschatting te maken dan vroeger welke patiënten baat hebben bij een bepaalde adjuvante behandeling en welke niet.

Kwaliteit van leven
Bij de keuze voor de behandeling speelt ook het begrip kwaliteit van leven een belangrijke rol. De mogelijke winst in levensduur die een behandeling zal opleveren, wordt dan afgewogen tegen de belasting die de behandeling met zich meebrengt. Die belasting kan bestaan uit het feit dat de patiënt vaak naar een afdeling moet komen, maar ook uit de mogelijke bijwerkingen van een geplande behandeling.

Behandelingsmogelijkheden
De drie meest toegepaste methoden om kanker te behandelen zijn:
- het operatief verwijderen van de tumorcellen;
- het doden van de tumorcellen door middel van radiotherapie;
- het doden of afremmen van de groei van tumorcellen door middel van medicijnen die de celdeling remmen; dit kan met behulp van chemotherapie (cytostatica), hormonale therapie of doelgerichte immunotherapie (specifieke antistoffen gericht op een specifiek kenmerk van de tumorcel of zijn directe omgeving zoals de vorming van bloedvaatjes).

De meeste kankerpatiënten genezen als gevolg van een operatie. Veel patiënten genezen door bestraling (eventueel gecombineerd met een operatie). Aanvullende chemotherapie of hormonale therapie (adjuvante therapie) vergroot de kans op genezing bij een aantal vaak voorkomende tumortypen zoals borstkanker, dikkedarmkanker en prostaatkanker.
Vaak is een combinatie van behandelingen nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor borstkanker waarbij eerst de (kleine) tumor uit de borst wordt verwijderd en waarbij vervolgens de borst wordt bestraald of aanvullende behandeling met medicijnen wordt gegeven om eventueel nog aanwezige tumorcellen te doden.

Onderzoek naar nieuwe behandelingsmogelijkheden
Tot nu toe hebben we de algemeen geaccepteerde manieren van behandeling genoemd, maar natuurlijk wordt er continu gezocht naar betere (lees effectievere) vormen van behandeling en/of behandelingen met minder bijwerkingen. Het duurt echter lang voordat nieuwe behandelingen bij patiënten gebruikt mogen worden.

Nieuwe medicijnen doorlopen een weg van het laboratorium (celkweken en proefdieren) naar de kliniek (patiënten) in meerdere stappen. Daarbij wordt het nieuwe middel onderzocht op de juiste dosering, en getest op veiligheid en werkzaamheid. Dit proces beslaat meerdere jaren, doorloopt meerdere stappen (fase I, II en III studies of trials) en menig middel haalt de eindstreep niet. Pas als een nieuw middel effectiever is dan de standaardbehandeling met aanvaardbare bijwerkingen wordt het algemeen toegepast.
In een fase I studie wordt onderzocht hoe een nieuw medicijn zich gedraagt in het menselijk lichaam en welke bijwerkingen op kunnen treden. Daarna volgt een fase II studie, waarin het onderzoek zich toespitst op een groep patiënten met een specifiek tumortype. In deze fase onderzoekt men wat het effect op de groei van tumorcellen is met het nieuwe middel of in een combinatie met andere middelen. In een fase III studie, waar de meeste patiënten mee te maken krijgen, wordt ten slotte de standaardbehandeling vergeleken met een behandeling waarin het nieuwe middel is opgenomen.
Sinds 1 december 1999 bestaan duidelijk omschreven wettelijke regels, waaraan een klinisch onderzoek moet voldoen om een nieuw middel bij patiënten te onderzoeken. In deze zogenaamde WMO (Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen) zijn normen vastgelegd, die ervoor moeten zorgen dat in het onderzoek gezorgd wordt voor een goede balans tussen de bescherming van de fysieke en geestelijke integriteit van de proefpersoon enerzijds en de vooruitgang van de geneeskunde anderzijds. De beoordeling daarvan vindt plaats in medisch-ethische toetsingscommissies, die meestal verbonden zijn aan zorginstellingen. De samenstelling is multidisciplinair, wat wil zeggen dat artsen, juristen en andere deskundigen het onderzoek beoordelen vanuit de invalshoek van de proefpersoon. Tegenwoordig bestaat ook een landelijke medisch-ethische toetsingscommissie (CCMO), teneinde klinisch onderzoek centraal te kunnen beoordelen, te registreren en de regionale toetsingscommissies te kunnen ondersteunen.
In de Universitaire Medische Centra en de gespecialiseerde zorginstellingen zoals het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en de Daniel den Hoed kliniek vindt veel klinisch onderzoek plaats. Juist daarom is in deze instellingen de kans groot, dat aan patiënten gevraagd wordt als proefpersoon deel te nemen aan een klinisch onderzoek (de zogenaamde trials). Zoals we hierboven al omschreven hebben, kan een dergelijk onderzoek niet zomaar plaatsvinden, maar moet het door ten minste één medisch-ethische toetsingscommissie beoordeeld zijn. Tegenwoordig worden grote (multicenter) onderzoeken gedaan door meerdere zorginstellingen in een regio, in Nederland, in Europa, of zelfs wereldwijd. In dat geval zijn deze onderzoeken door vele medisch-ethische toetsingscommissies beoordeeld en zo nodig aangepast.
Als de medisch-ethische toetsingscommissie(s) het onderzoek heeft goedgekeurd (eventueel na aanpassingen), dan pas kan of mag de medewerking van proefpersonen gevraagd worden. Centraal staat dat een proefpersoon geen medewerking hoeft te verlenen en op elk moment zijn medewerking aan een onderzoek kan opzeggen (na eerdere toezegging), zonder dat dit gevolgen heeft voor zijn verdere behandeling. Als het noodzakelijk is, sluit de zorginstelling voor de duur van het onderzoek een verzekering af om de proefpersonen voor de eventuele nadelige (financiële) gevolgen van het onderzoek te vrijwaren.




terug verder