Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. B.J. de Boer
 


lettergrootte: A  A  A
Ander onderzoek

Naast het lichamelijk onderzoek kunnen aanvullende onderzoeken nodig zijn. Deze onderzoeken zijn:

Laboratoriumonderzoek
Laboratoriumonderzoek is niet nodig voor het erectieprobleem zelf. Soms kan het erectieprobleem echter een eerste teken zijn van een onderliggende aandoening. Een voorbeeld hiervan is suikerziekte (diabetes mellitus). Een bloedonderzoek naar het suikergehalte kan deze ziekte aan het licht brengen. Ook hart- en vaatziekten, die gepaard gaan met vaatverkalking, kunnen zich met een erectieprobleem openbaren. Daarbij kan het cholesterolgehalte in het bloed verhoogd zijn. Onderzoek naar hormonale afwijkingen, in de zin van een laag testosterongehalte in het bloed, kan van nut zijn als er ook een probleem is met de zin in seks (libidostoornis). Langdurige lage testosteronspiegels blijken echter ook te leiden tot een verminderde erectie. Bij de ouder wordende man kan dit een rol spelen.

Partneronderzoek
De dokter kan vragen om de partner (als er een partner is) voor een apart consult uit te nodigen. Het betrekken van de partner bij de behandeling heeft een drievoudig voordeel. Ten eerste krijgt de arts meer informatie over het erectieprobleem van de man. Soms vertelt de man een beduidend ander verhaal dan diens partner. Het is dan goed om beiden te vragen waar dat verschil mee te maken heeft. Ten tweede kan de arts informatie verkrijgen over klachten van de partner, die een bijdrage kunnen leveren aan het erectieprobleem. Een voorbeeld is een droge schede die tot pijn bij het vrijen (dyspareunie) kan leiden en een krampreactie kan veroorzaken. Behandeling van de partner is dan gewenst. Ten slotte blijkt dat de behandeling van het erectieprobleem beter slaagt als de partner bij het proces betrokken is.

Het meten van de nachtelijke erectie / ochtenderectie of een provocatieproef
Om de oorzaak en de ernst van de erectieprobleem te bepalen, is het van belang om te weten of de man nog een erectie kan krijgen. De man kan voor zichzelf nagaan of een (goede) erectie (nog) mogelijk is, bijvoorbeeld bij masturbatie of gedurende de nacht. Is hierover in het gesprek geen uitsluitsel verkregen, dan kan de man de opdracht krijgen om thuis met behulp van masturbatie een erectie op te wekken. Vaak voelt hij ook zelf of er nog spontane erecties zijn. Het is normaal dat mannen in de nacht één of meerdere erecties hebben, of in de ochtend bij het wakker worden. De erectie verdwijnt meestal volledig na het plassen. Doorgaans weten mannen dat niet eens, zeker bij de nachtelijke erecties niet. Vaak zijn het zelfs meerdere erecties per nacht.
Om na te gaan of er nog onbewuste erecties bestaan, kunnen de nachtelijke erecties worden gemeten. Bij de nachtelijke erectie is immers (de remmende werking van) de psyche uitgeschakeld. Een methode die vroeger wel werd gebruikt om na te gaan of de man tijdens zijn slaap een erectie had, is de postzegelproef. Hierbij plakt de man voor het slapen een postzegelbandje rond de basis van de penis. Bij ontwaken wordt bekeken of het bandje is gebroken. Een gebroken bandje duidt op een nachtelijke erectie.
Een andere manier om de nachtelijke erectie te meten, is met behulp van een erectiometer. Voor het slapengaan wordt een bandje rond de basis van de penis gedaan. De volgende ochtend wordt gekeken of het bandje is uitgerekt. De beide methoden worden door hun gebrek aan wetenschappelijk bewijs niet aangeraden.
Een andere manier om erachter te komen of een erectie mogelijk is, is door een erectie op te wekken met behulp van de visueel / tactiele provocatieproef (VES-methode). In een onderzoeksruimte krijgt de man met behulp van een videoband en tactiele vibratie (een vibrator aangebracht op de kop van de penis) prikkels toegediend en vervolgens wordt de omvang en de stijfheid van de penis gemeten. Deze methode wordt weinig toegepast, aangezien op slechts enkele plaatsen in Nederland een dergelijke onderzoekopstelling beschikbaar is. De methode heeft een grote waarde, zeker als een penisimplantatie wordt overwogen. Deze methode kan ook nog worden uitgebreid door een erectieopwekkende stof in de zwellichamen van de penis te spuiten en zo de erectie nog eens extra te bevorderen.
Als laatste methode om de nachtelijke erecties te meten kan de rigiscan worden aangewend. Voor het slapen worden twee ringetjes om de penis aangebracht, een om de basis en de ander om de top van de penis. De ringetjes zijn via elektrische draadjes verbonden met een recorder. Om de 15 minuten worden de ringetjes opgeblazen en wordt de weerstand vastgelegd. Zo wordt grafisch zichtbaar of er een zwelling optreedt en verstijving optreedt van de penis.
Blijkt een erectie opwekbaar te zijn of blijken er spontante nachtelijke erecties te bestaan, dan is het werkingsmechanisme van de erectie intact.

Huiswerk
Na het eerste oriënterende bezoek aan de huisarts, waarin een indruk is verkregen over de aard en ernst van de problematiek en de behandelwens van de patiënt, kan huiswerk worden meegegeven in de zin dat de patiënt (zo mogelijk samen met diens partner) gevraagd wordt zijn wensen ten aanzien van de seksualiteit op te schrijven. Zo geeft de huisarts de patiënt de gelegenheid om nog eens in alle rust na te denken en mogelijk al te komen tot een oplossing. Daarnaast wordt de patiënt gevraagd om zijn partner uit te nodigen voor een consult. Een volgende afspraak zal in overleg met de patiënt binnen 2 tot 3 weken worden gemaakt. De ervaring is dat dit keer wat extra consulttijd nodig is.

Vervolgonderzoek bij de specialist
Is het probleem zeer ernstig en het erectieprobleem hardnekkig en compleet, dan kan samen met de huisarts worden overwogen een specialist te bezoeken. De uroloog is het meest thuis op dit terrein. Ook kan de huisarts u doorverwijzen naar de seksuoloog.
De uroloog heeft uitgebreide onderzoeksmogelijkheden tot zijn beschikking. Die zal hij pas gebruiken als daartoe aanleiding is (bijvoorbeeld bij een erectieprobleem na een ernstig ongeval met beschadiging van het bekken) of als de behandeling niet of onvoldoende aanslaat.
Eerst zal ook de uroloog uitgebreid informatie verzamelen over de aard en de ernst van het probleem en de mogelijke oorzaak ervan. Blijkt uit deze informatie dat er een ernstig seksueel probleem bestaat, zoals een primair compleet erectieprobleem of een pijnlijke erectie, dan is uitbreiding van het onderzoek gewenst. De uroloog zal (opnieuw) een lichamelijk onderzoek verrichten. Als het onduidelijk is of een erectie kan plaatsvinden, meet de uroloog het erectiele vermogen door een vaso-actieve stof (papaverine, fentolamine of alprostadil) in het zwellichaam van de penis te spuiten om zo een erectie op te wekken. Hiermee wordt de erectie gemeten die is ontstaan door de inspuiting van de werkzame stof en dat heeft niets te maken met een erectie die wordt opgewekt door seksuele opwinding gedurende de seksuele activiteit. Wel wordt duidelijk of een erectie kan ontstaan. Om een goede indruk te krijgen van de nachtelijke erecties, kan tijdens een ziekenhuisopname of in de huiselijke situatie een nachtelijke erectiemeting worden gedaan met behulp van de rigiscan. Hiermee kan de uroloog de duur en de kwaliteit van de erectie meten. Deze methode past de uroloog toe als hij overweegt operatief een prothese in te brengen.
Met behulp van een ‘echo-color doppler’ of angiografie worden metingen gedaan naar het doorstromen van de bloedvaten in het bekkengebied. Dit onderzoek is alleen zinvol bij jonge patiënten met een beschadiging van het bekken of de bekkenbodem, bij wie een vaatoperatie een mogelijke oplossing is. Ten slotte wordt er wel onderzoek gedaan naar het slaappatroon, omdat gebleken is dat het nachtelijk apneusyndroom ook een negatief effect heeft op de erectie. Bij het nachtelijk apneusyndroom ademt de patiënt in de nacht onvoldoende door (er vallen dus ademstiltes).
Bij ernstige relatie- of seksuele problemen is een psycholoog of arts-seksuoloog de aangewezen persoon om de diagnostiek voort te zetten. De seksuoloog zal een uitgebreide seksuele anamnese afnemen, ook van de partner. Vervolgens zal hij, afhankelijk van het probleem, ertoe overgaan de patiënt te helpen minder geconcentreerd te raken op het krijgen van de erectie. Verder reikt de seksuoloog methoden aan om weer te genieten van de seksualiteit.
Na een samenvatting van de (huis)arts is het diagnostisch proces in eerste instantie beëindigd.

Seksualiteit als prestatiespel (casus)
Jim de Beer is nu 30 jaar en is homoseksueel. Hij is ermee naar buiten getreden toen hij begin 20 was en zijn eerste relatie ontstond. Deze relatie is na een paar jaar verbroken. Hij heeft daarna een paar maal opnieuw een kortdurende relatie gehad. Van het begin af was de seksualiteit nooit geweldig. In eerste instantie lukt het hem goed een erectie te krijgen, maar ondanks het gevoel dat hij seksueel zeer opgewonden is, lukt het hem niet de erectie te behouden. Het gevolg is dat hij zich bij de seks steeds meer heeft gericht op zijn seksuele partner, om het hem naar de zin te maken en hem te bevredigen. Daarbij is zijn eigen seksuele behoefte nog sterker verminderd. Hij schaamt zich ervoor en durft er niet mee naar de huisarts te gaan. Hij heeft gehoord dat je via internet middelen kunt aanschaffen die de erectie verbeteren. Dat is anoniem en veilig denkt hij. Echter, bij pogingen om de middelen te verkrijgen, blijkt dat het niet zo makkelijk is. De tabletten die hij uiteindelijk in huis krijgt werken onvoldoende en in wanhoop wendt hij zich tot de huisarts.
Hij vertelt hoe zijn probleem zijn leven bepaalt, met name omdat seksualiteit een grote rol speelt in zijn subgroep. Vooral het presteren staat daarbij centraal. Hij voelt zich afgewezen telkens als het op seks aankomt.
Pillen helpen naar zijn gevoel niet.
Hij durft geen relaties meer aan te gaan en voelt zich in zijn leven geblokkeerd om zelfs ooit nog een intieme seksuele relatie te beginnen.
In het gesprek met de huisarts blijkt dat hij wel een volledige erectie krijgt bij masturbatie, hij merkt vaak dat hij in de ochtend wakker wordt met een stevige erectie.
De huisarts bespreekt zijn enorme drang te moeten presteren en legt hem uit dat hij daardoor verleerd is nog te genieten van de seksualiteit, en daarmee is de seksualiteit gereduceerd tot een prestatiespel. Vanwege de vicieuze prestatiecirkel krijgt de behoefte aan warmte en intimiteit geen kans. Jim begrijpt dit. Het probleem is feitelijk dat hij niet meer weet wat te doen in een wereld waar seksualiteit zo ver afstaat van intimiteit?
De huisarts vraagt Jim eerst nog eens na te denken over zijn behoefte aan intimiteit en op andere manieren zijn seksualiteit gestalte te geven. Daarbij sluit het misschien meer aan eerst eens op zoek te gaan naar vrienden en activiteiten waar hij plezier mee kan beleven. Eventueel zou daaruit een kandidaat partner kunnen voortkomen. Jim is door het gesprek gerustgesteld en gaat erover nadenken hoe hij zijn vriendenkring kan uitbreiden en daarmee de aandacht voor seks kan verminderen. Hij realiseert zich dat seks voor hem ook een soort afleiding is van het alleen voelen en hem het gevoel geeft erbij te horen.



terug