Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie Spreekuur Thuis
 


lettergrootte: A  A  A
Bloedglucosemeting

Voor de definitieve vaststelling van de diagnose diabetes mellitus is het nodig om de hoeveelheid glucose in het bloed te meten. Hierbij is een eenmalige meting vaak niet voldoende.
Vroeger paste men voor het vaststellen van de diagnose diabetes de zogeheten glucosetolerantietest toe (GTT of suikerbelastingstest). Dat is een test waarbij wordt gekeken tot welke hoogte het glucosegehalte in het bloed stijgt na het drinken van een bepaalde hoeveelheid suikerwater. Vervolgens wordt dan elk half uur gekeken tot hoever het glucosegehalte weer is gedaald. Al met al duurt deze test ongeveer drie uur en wordt men gedurende die periode vier tot zes keer geprikt.
Omdat deze test niet altijd betrouwbaar is en onaangenaam is voor de patiënt, wordt hij weinig meer toegepast. In sommige klinieken wordt de test nog wel gebruikt om zwangerschapsdiabetes aan te tonen.
Voor het stellen van de diagnose wordt nu gewoonlijk volstaan met een eenmalige bloedafname. Dat kan een 'nuchtere' bloedglucosebepaling zijn ('nuchter' wil zeggen: 's morgens voordat men iets heeft gegeten of gedronken), of een bepaling uit bloed dat ongeveer twee uur na de maaltijd is afgenomen.
Het bloedmonster wordt meestal met behulp van een vingerprik verkregen. De bepaling vindt later plaats in het laboratorium of direct met behulp van een eenvoudige bloedglucosemeter. Om de diagnose definitief vast te stellen is het noodzakelijk dat minstens tweemaal een verhoogde bloedglucosewaarde aangetoond wordt.
Als het glucosegehalte in het bloed na de maaltijd tussen 7,8 en 11,1 mmol/l ligt, geeft dit aan dat het lichaam niet geheel normaal met een grote hoeveelheid glucose kan omgaan. Van diabetes mellitus mag in dit geval echter volgens de maatstaven van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) niet worden gesproken. We spreken in dit geval van een gestoorde glucosetolerantie. Slechts een deel van de mensen met een gestoorde glucosetolerantie krijgt uiteindelijk diabetes. Wel kan er dan al sprake zijn van een verhoogde neiging tot atherosclerose (aderverkalking).
De nieuwe glucosegrenswaarden voor de diagnose diabetes mellitus zijn vastgesteld door de Amerikaanse diabetesvereniging en de Wereld Gezondheids Organisatie. Een nieuwe categorie is toegevoegd, met name die waarbij de bloedglucosewaarden na de maaltijd normaal zijn, maar de nuchtere waarde tussen 5.6 en 6.1 ligt; men spreekt dan van gestoorde nuchtere glucose. De achtergrond hiervan is dat tot nu toe onontdekte diabeten dan eerder kunnen worden opgespoord. De keerzijde van de medaille is dat bij mensen die zich gezond voelen een ziekte wordt vastgesteld, wat ook consequenties kan hebben voor het afsluiten van verzekeringen (bijv. een levensverzekering).
Bij het vaststellen van zwangerschapsdiabetes gelden dezelfde criteria als bij de 'gewone' diabetes. Een duidelijk verschil is dat bij zwangerschapsdiabetes al tot behandeling zal worden overgegaan indien het bloedglucosegehalte (bij herhaling) hoger is dan 7 mmol/l (of als het nuchter 5,8 mmol/l of hoger is).
Het onderscheid tussen diabetes type 1 en type 2 wordt veelal gemaakt op basis van de eerste verschijnselen en soms ook op het latere beloop. Belangrijk is daarbij dat vooral bij type 1 aanzienlijke hoeveelheden ketonen (aceton) in de urine kunnen worden gevonden.






verder




Diabetes en nu?



Auteur(s) : Dr. Jan Willem Elte, dr. Lioe-Ting Dijkhorst
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789491549779