Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Paul Wisman
 


lettergrootte: A  A  A
Suïcide en hoe daarmee om te gaan

 
Suïcide (zelfmoord) is zo’n ingrijpende gebeurtenis dat daarbij in een apart hoofdstuk wordt stilgestaan. Aan de orde komen vragen als: Wat is het verband tussen depressie en suïcide? Kun je suïcide zien aankomen? En kun je het dan tegenhouden?


Suïcidaliteit is de kans op zelfdoding. Suïcide – zelfmoord, door sommigen liever zelfdoding genoemd – is een gevreesd fenomeen met heftige gevolgen voor de directe en ook wijdere omgeving van het slachtoffer. Als samenleving voelen wij ons ervoor verantwoordelijk het aantal suïcides zo laag mogelijk te houden. Voor een goed omgaan met de crisissituatie suïcidaliteit is het noodzakelijk voldoende kennis te hebben van het onderwerp – kennis die zowel uit wetenschappelijk onderzoek is verkregen als door klinische ervaring is opgedaan, dat wil zeggen door de behandeling van patiënten.
Suïcide is geen doel op zich, maar kan beter worden gezien als een middel om een doel te bereiken; het is een strategie, variërend van zelfbescherming tegen onheil of verdere aftakeling, tot de extreme actie van de zelfmoordterrorist. Daarnaast is suïcide een uiting van autonomie (zelfstandigheid, zelfbeschikking): de finale en dramatische keuze om het eigen lot te bepalen. Enige cijfers: 15 procent van de mensen heeft in gedachten minstens eenmaal serieus gespeeld met het idee om actief een einde aan het leven te maken; we noemen dat ‘suïcide-ideatie’. Bij 4 procent is het daadwerkelijk tot een zelfmoordpoging gekomen. Jaarlijks leidt dit in Nederland bij ruim 1500 mensen tot de dood. Van deze suïcidanten (suïcideplegers) heeft 50 procent in de maand vóór hun zelftoegebrachte dood de huisarts bezocht en 15 procent een hulpverlener van de GGz (Geestelijke Gezondheidszorg). Opvallend is dat bij de huisarts meer lichamelijke dan psychische klachten worden beschreven; zelden of nooit meldt de patiënt spontaan dat hij somber is en worstelt met een doodsverlangen.
Voor alle duidelijkheid: suïcide betekent dat iemand echt een einde aan zijn leven heeft gemaakt, al was dat soms per ongeluk: het was niet de bedoeling om te overlijden, maar de persoon heeft zoveel risico genomen dat het fout is afgelopen. Veel vaker loopt het niet af met de dood. Er vindt heel vaak een suïcidepoging plaats, in vaktaal tentamen suïcidii genoemd, meestal afgekort tot TS. In ons land zijn jaarlijks meer dan 93.000 (!) van die pogingen geregistreerd. Dit enorme aantal is bekend geworden via artsen, de politie, de ziekenhuizen. En wie weet hoeveel pogingen thuis in alle stilte zijn mislukt, zonder dat iemand het gemerkt heeft? Op iedere geslaagde suïcide zijn er dus veertig tot zestig zelfmoordpogingen!


‘Veilige medicatie’
Veel mensen denken bij een TS meteen dat iemand te veel pillen heeft geslikt, een overdosis. In ‘slechts’ 15 procent van de geslaagde suïcides blijkt een overdosis medicijnen de doodsoorzaak te zijn, terwijl dit percentage bij een zelfmoordpoging 50 procent bedraagt. Dit betekent dat het voorschrijven van veilige medicatie door de arts maar een beperkte bescherming biedt. De medicijnen worden veel vaker misbruikt voor een TS dan voor een geslaagde zelfdoding. Andere manieren om een einde aan het leven te maken zijn: ophanging (strangulatie – letterlijk: worging; komt vooral voor bij mannen), de polsen doorsnijden, zich voor de trein werpen of van een grote hoogte springen, het gas aanzetten (asfyxie of verstikking) en verdrinking.



Risicofactoren
Depressie vormt een van de grootste risicofactoren voor suïcide en wordt met name door de hulpverleners gevreesd omdat het om een behandelbare aandoening gaat. Met andere woorden: de overledene had nog in leven kunnen zijn. Daarnaast eisen verslavingen aan alcohol, medicijnen en drugs hun dodelijke tol (bij 17 procent van de suïcides). Andere psychiatrische stoornissen zoals schizofrenie (14 procent) en persoonlijkheidsstoornissen (13 procent) spelen eveneens een belangrijke rol.
Eerdere suïcidepogingen vergroten de kans op een geslaagde suïcide. Een uitzichtloze sociale situatie en sociale ontwrichting, zoals een scheiding en andere verliessituaties, traumatische gebeurtenissen, persoonlijkheidsfactoren zoals een negatief zelfbeeld, doen de kans toenemen dat iemand het leven niet meer de moeite waard vindt. Suïcidaal gedrag in de familie, eerdere opnames in een psychiatrisch ziekenhuis of teleurstellende ervaringen met de GGz vormen eveneens belangrijke ­risicofactoren. Er zijn aanwijzingen dat er een erfelijke ­factor meespeelt. Daarom is het altijd heel belangrijk om te weten of er eerder zelfmoord in de familie is voorge­komen.



Speciale aandacht voor depressie
Depressie komt veel voor in onze samenleving, binnen en buiten de praktijk van huisartsen en andere hulpverleners. Het is van vitaal belang dat het ziektebeeld tijdig onderkend wordt, zodat deze aandoening goed kan worden behandeld. Dat vereist in veel gevallen dat de omgeving een signaal afgeeft en de depressieve persoon ertoe brengt om professionele hulp te zoeken. De professional dient vervolgens goed toegerust te zijn om deze hulp op de juiste manier te bieden. Kan hij een goede inschatting van het risico maken en daardoor de dreiging van een suïcide afwenden?
Belangrijke kenmerken van een depressie zijn volgens de DSM-IV: een sombere stemming, niet meer kunnen genieten, slapeloosheid, verlies van eetlust, minderwaardigheidsgevoelens, schuldgevoel, pessimisme, concentratieverlies, geheugenzwakte, de neiging zich terug te trekken, weinig vertrouwen in anderen, weinig toekomstperspectief (hopeloosheid), traag spreken en een terneergeslagen houding.
De zogeheten ‘lifetime-prevalentie’ van depressie wordt geschat op 16 procent, wat betekent dat 16 procent van de mensen ooit in hun leven ten minste eenmaal een periode depressief is geweest. De ‘puntprevalentie’ bedraagt 6 procent, wat inhoudt dat op een bepaald moment in de tijd 6 procent van de mensen depressief is. Depressie komt bij vrouwen twee keer zo vaak voor als bij mannen.


Hoe is suïcidegevaar te herkennen?
Het is van belang inzicht te krijgen in de frequentie, duur en intensiteit van de depressieve klachten, zoals een sombere, apathische, geïrriteerde of angstige stemming: is er steeds een sombere stemming of kan de depressieve persoon nog ergens van genieten: zijn er ook lichtpuntjes? Heeft hij het gevoel dat het altijd zo zal blijven, dat er geen hoop meer is, of denkt hij er weer uit te komen? Zijn er gedachten aan de dood of suïcide? Zijn deze gedachten passief (ik zou morgen het liefst niet meer wakker willen worden) of actief (zijn er concrete plannen over de manier waarop een eind aan het leven gemaakt kan worden?). Het suïcidegevaar neemt toe als er al concreet nagedacht wordt over de manier waarop de zelfmoord ten uitvoer zal worden gebracht: door het nemen van een overdosis medicijnen, door het doorsnijden van de polsen of door voor de trein te springen. Als er sprake is van al verder uitgewerkte voorbereidingen – er liggen al medicijnen in huis klaar of er is een afscheidsbrief geschreven – dan hebben we te maken met een uiterst alarmerende situatie. Bij de hulpverlener moeten alle bellen gaan rinkelen als iemand overduidelijk suïcidegedachten heeft, zijn plan al heeft uitgewerkt en er sprake is van eerder genoemde risicofactoren.
Hoe kan het gevaar worden afgewend?
Allereerst is het nodig de desbetreffende persoon uit zijn isolement te halen door te luisteren naar zijn of haar verhaal, waarbij de omgeving of hulpverlener empathisch is (empathie is het vermogen je in te leven in de gevoelens van de ander – een belangrijke eigenschap voor hulpverleners) en niet veroordelend, maar deskundig en hoopgevend. Dit kan al voor opluchting zorgen. Laat iemand niet alleen. Zorg ervoor dat er iemand in de buurt blijft. Door bijvoorbeeld de persoon te overreden bij een goede vriend(in) of een vertrouwd familielid te gaan logeren, of ervoor te zorgen dat iemand bij de mogelijke suïcidant de nacht kan doorbrengen.
Het is van belang om medicatie die voor de zelfmoord gebruikt kan worden, bij een ander in bewaring te geven. Want de beschikbaarheid van geneesmiddelen oefent in een kritieke fase grote aantrekkingskracht uit op mensen die suïcide overwegen. Moedig de suïcidale persoon aan om zijn of haar agressie of woede jegens de wereld, jegens anderen of jegens zijn levenslot te ventileren (‘Het lucht op je uit te spreken’). Mocht dat geen soelaas bieden, dan blijft de kans op zelfmoord levensgroot aanwezig. Met behulp van (uiteraard veilige) medicijnen zijn angstgevoelens en slapeloosheid te bestrijden. Een nacht goed slapen kan het suïciderisico tijdelijk verminderen. Daarna is iemand waarschijnlijk beter in staat om andere oplossingen voor zijn problemen te overwegen. Cruciaal is ook de houding van de behandelaar. Deze moet sturend (‘directief’) en overtuigend zijn, waarbij hij of zij bereid is om tijdelijk de verantwoordelijkheid van de potentiële suïcidant over te nemen.
Als laatste redmiddel kan een gedwongen opname volgen in het kader van de BOPZ (Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen). In zulke gevallen kan een psychiater een medische verklaring schrijven, waarmee de plaatselijke burgemeester een last tot inbewaringstelling (IBS) afgeeft. Ook tegen de wens van de patiënt in kan deze dan, desnoods met behulp van politie en ambulance, worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.
Ambivalentie
Weinig mensen willen dood. En nog veel minder mensen willen alléén maar dood. Er is bijna altijd ambivalentie in het spel: de aarzeling tussen twee opties, leven en dood. Wij moeten deze ambivalentie niet afdoen als een bewijs dat we de doodswens van iemand niet echt serieus hoeven te nemen. Nee, er is sprake van een gezonde besluiteloosheid, die aan de betrokkene zelf en aan ons net dat beetje ruimte laat dat nodig is (zij het niet altijd voldoende). Soms lijkt het wel ‘Russisch roulette’ en wordt het lot in handen van het toeval gelegd. Soms gunt de suïcidant anderen de kans om in te grijpen: Isabel neemt haar hele buisje slaaptabletten in op de dag dat haar moeder, die de sleutel van haar flat heeft, hoogstwaarschijnlijk voor een bezoekje langs zal komen. Hans staat op het dak, maar wacht nog of de ijlings toegesnelde hulpverlener hem iets zinnigs te melden heeft. Anneke besluit impulsief om op een leeg stuk snelweg dertig seconden lang haar ogen dicht te houden (als ze dát overleeft zal ze de confrontatie met de rechtbank over het voogdijschap van haar kinderen aangaan). En Peter tracht zichzelf op te hangen, maar kiest daarvoor de badkamer uit, waar het plafond te laag is en zijn onhandige poging waarschijnlijk zal mislukken.

Wanneer wij suïcidaal gedrag opvatten als een strategie, als een middel om een doel te bereiken, dan geeft de ambivalentie van de suïcidant ons de gelegenheid om hem of haar een andere strategie aan te bieden: een gezonder middel om het doel te bereiken, of het kiezen van een gezonder doel.
Van alle mensen die een serieuze zelfmoordpoging door toeval of geluk of door een interventie (dat is de term voor een deskundig uitgevoerde ingreep in het proces) hebben overleefd – ook al was dat zeer tegen hun wens van dát moment – blijkt meer dan 90 procent blij te zijn dat hun zelfdoding niet gelukt is. Hiermee wordt het idee ontkracht dat suïcide vaak een weloverwogen keuze is van een individu, die ons respect en begrip verdient.



Feiten of mythen?
Hieronder bespreken we een aantal veel voorkomende misvattingen.

Depressieve mensen plegen gemakkelijk zelfmoord
Bijna alle depressieve mensen zijn, meer dan gezonde mensen, bezig met de dood. Gelukkig is slechts een minderheid van al deze patiënten suïcidaal. Een depressie die zo ernstig is dat er een ziekenhuisopname nodig is, leidt na verloop van tijd in 10 procent van de gevallen tot een geslaagde suïcide. Omgekeerd schat men dat er bij suïcide in 40 tot 50 procent van de gevallen sprake is van een depressie volgens DSM-IV. Op duizend lijders aan depressie vindt er jaarlijks één suïcide plaats.

Suïcidaliteit betekent: psychiatrische stoornis
Je moet wel ‘gek’ of psychisch ziek zijn als je je van het leven berooft. Deze gedachte heeft een sterke morele lading: het is in veel culturen taboe om dood te willen. Anderen zeggen dat je niet om het leven gevraagd hebt en dat je een cadeau ook mag weigeren. De ethische achtergronden van wetenschappers verklaren deels de grote verschillen in uitkomsten van hun onderzoek. Sommigen vonden dat alle zelfmoordenaars per definitie psychiatrisch gestoord waren; anderen kwamen slechts tot 20 à 30 procent. Zij beschouwden suïcide heimelijk als een soort heldendaad, een goed verdedigbare, zelfstandige keuze. Volgens recent, grootschalig onderzoek, zoveel mogelijk gevrijwaard van morele oordelen, is er bij 90 procent van de suïcides sprake van een achterliggende psychiatrische ziekte.
Deze ziekte is lang niet altijd in haar eentje verantwoordelijk voor de noodlottige afloop. Er spelen ook andere stoornissen mee zoals verslaving aan alcohol en drugs, en persoonlijkheidsstoornissen. En niet iedereen zal bij deze patiënten direct aan psychiatrie in engere zin denken.

Het vragen naar suïcidale gedachten brengt patiënten maar op het idee
Integendeel. De patiënt is bijna altijd opgelucht als hij uit zijn isolement wordt gehaald: eindelijk iemand die zijn geheime doodswensen begrijpt, er niet van schrikt en hem niet veroordeelt. Het ‘zijn hart luchten’ helpt om daarna gezondere alternatieven te zoeken.

Suïcide: de uitkomst van een weloverwogen afweging?
De zogenoemde ‘balanssuïcide’ – op grond van een weloverwogen besluit – komt in ongeveer4 procent van de gevallen voor, vaak bij oudere mannen. Het begrip balanssuïcide is populair bij sommige hulpverleners, want het ontslaat hen van verdere verantwoordelijkheid: de patiënt is gezond en mag doen wat hij zelf wil. Bij nader doorvragen blijken veel van deze ‘balans’-patiënten toch liever een andere oplossing te verkiezen.

Iemand die gemakkelijk over suïcide praat, zal er niet toe overgaan
De praktijk heeft deze stokoude redenering helaas vaak gelogenstraft. De stelling is verleidelijk, want ze geeft de omgeving, professioneel of ‘gewoon’, de ruimte om maar even niets te ondernemen.

Iemand met een voorgeschiedenis van suïcide-pogingen zal het wel bij pogingen laten
Zelfs wanneer iemand alleen een zelfmoordpoging doet met het doel aandacht te trekken, zal bij minder serieuze reacties van de omgeving gedwongen worden steeds steviger acties te ondernemen: voor zijn eigen geloofwaardigheid en om evenveel aandacht van de anderen te krijgen. Van alle ‘pogers’ doet uiteindelijk 10 procent een fatale poging.



WEETJE
113Online
Sinds eind 2009 is er met steun van de overheid een speciale internetsite gekomen: http://www.113online.nl/home. Hier is heel veel informatie te vinden over suïcide. Nog belangrijker is dat je er contact kunt leggen met iemand die helpt als je worstelt met akelige gedachten aan de dood. Je kunt chatten of bellen: 0900-1130113, vierentwintig uur per dag. Al direct vanaf de oprichting is gebleken dat deze mogelijkheid in een grote behoefte voorziet. Ook naasten van iemand met zelfmoordplannen en nabestaanden kunnen hier terecht.



Goed vakmanschap kan suïcide altijd voorkómen
In de gemiddelde huisartspraktijk vindt om de zes à zeven jaar een geslaagde suïcide plaats. De kans dat de suïcidant eerder op het spreekuur is geweest en dat daarbij zijn suïcidaliteit onvoldoende is onderkend, bedraagt 1 op 55.000. Met andere woorden, verreweg de meeste consulten verlopen goed. Of een arts of een andere hulpverlener nooit of juist vaak geconfronteerd wordt met de zelfdodingsellende, hangt grotendeels af van statistisch toeval. Suïcide is zeker niet in alle gevallen te voorkomen. Anderzijds bieden onze huidige kennis en ervaring een groot aantal aanknopingspunten voor preventiebeleid. Om in de toekomst actief suïcides te voorkomen hebben we de hulp nodig van alle verantwoordelijke mensen: van de professionals, maar – minstens zo belangrijk – van alle anderen in de omgeving van zelfmoordkandidaten. En zijn wij dat niet allemaal?




Zelfmoord en schaamte
‘Ik heb me heel slecht gevoeld de afgelopen tijd en serieus gedacht aan zelfmoord. Ik ben bang voor mijn eigen gedachten en ik schaam me om ze aan iemand te vertellen.’
Veel mensen die aan depressie lijden, hebben af en toe zelfmoordgedachten. Dat is een natuurlijke, menselijke reactie op moeilijke, schijnbaar uitzichtloze situaties en ondraagbare gevoelens van pijn en verdriet. Mensen met zelfmoordgedachten vinden het vaak, net als jij, heel moeilijk om hierover met anderen te praten. Het is heel belangrijk dat je dit toch wél doet want je kunt geholpen worden. Hoe openhartiger je tegen je behandelaar praat over je gevoelens en gedachten, hoe beter hij je kan begrijpen en helpen. Door behandeling met antidepressiva zal meestal zowel de depressie zelf als de gedachte aan zelfmoord minder worden. Probeer in de tussentijd iemand te vinden die je in vertrouwen kunt nemen en die je op kan vangen tijdens moeilijke momenten. En als je zo iemand niet binnen bereik hebt of als je het gevoel hebt dat je dan anderen onnodig tot last bent, maak dan gebruik van zoiets als 113online.



Samenvatting
In Nederland plegen jaarlijks zo’n 1500 mensen suïcide (zelfmoord of zelfdoding). Daarnaast worden er meer dan 93.000 pogingen geregistreerd. Suïcide is geen doel op zich, maar meer een middel om een doel te bereiken. Dat doel kan de dood zijn om verder onheil te vermijden. En om die reden kan een depressieve patiënt ook zelfmoordplannen hebben. Een belangrijke vraag voor zowel de naaste omgeving als de behandelaar is of het suïcidegevaar valt te herkennen. Heeft de depressieve medemens nog hoop? En zo niet, denkt hij er dan serieus over na eruit te stappen? Verzamelt hij pillen? Als ook maar iets in die richting wijst, is het letterlijk van levensbelang iemand uit zijn isolement te halen, tegen zichzelf te beschermen, zijn medicatie in veilige handen te geven. Zolang je je blijft realiseren dat suïcide geen doel is, maar een strategie moet er alles aan worden gedaan om de patiënt een andere strategie aan te bieden: een gezonder middel om het doel te bereiken of een gezonder doel.




terug verder




Doorgaan met depressie


Doorgaan met depressie maakt het onderwerp 'depressie' toegankelijk voor een breed publiek. Het boek behandelt de laatste stand van zaken. Feiten worden aangevuld met vragen en de antwoorden erop. Verder bevat het heel veel voorbeelden en ervaringsverhalen.

Auteur(s) : Paul Wisman
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549007