Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Rob Rodrigues Pereira
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Oorzaken en risicofactoren

Heel lang heeft men gedacht dat de oorzaak van ADHD gezocht moest worden in een slechte opvoeding, waarbij vooral de moeder nogal eens scheef werd aangekeken. In de tijd dat er nog van MBD (Minimal Brain Damage) werd gesproken, beschouwde men geboortebeschadiging als de belangrijkste oorzaak. Was een kind bijvoorbeeld na de geboorte blauw geweest, dan was het iedereen in feite al duidelijk. De meeste kinderen zijn echter wel wat blauw na de geboorte, maar dit is normaal. Alleen als een kind echt een ernstig ademhalingsprobleem heeft gehad, waarbij hij langdurig blauw is geweest en aan de kunstmatige beademing is gelegd (en dus een aantal dagen in het ziekenhuis heeft gelegen) zou er sprake kunnen zijn van hersenbeschadiging.
Zoals bij veel aandoeningen in de loop der jaren duidelijk is geworden, is er bij het ontstaan van ADHD zeer vaak sprake van meer factoren (multifactorieel). Zo zien we bijvoorbeeld dat de oorzaak van een aandoening als het Down-syndroom duidelijk in een afwijking van de chromosomen ligt en dat toch niet alle kinderen met dit syndroom hetzelfde zijn. Bij weer een andere aandoening, bijvoorbeeld suikerziekte, treffen we deels een erfelijke component aan, terwijl er voor een ander deel sprake is van uitlokkende factoren. Wij spreken dan ook eerder van risicofactoren die leiden tot meer of minder aanwezig zijn van de symptomen. De ernst van de verschijnselen wordt dus bepaald door 'de interactie tussen gen en omgeving'. Dat wil zeggen dat een aandoening veroorzaakt kan zijn door een erfelijke afwijking, maar dat wat er daarna met het kind in zijn leven gebeurt ook van invloed is op de ziekte. In dat verband wordt er al heel lang gediscussieerd over de vraag welke factor belangrijker is: natuur (nature) of opvoeding (nurture). Meestal blijken beide factoren van belang te zijn.

Is ADHD een erfelijke afwijking?
Bij nog maar een heel klein deel van de kinderen met de diagnose ADHD, heeft men afwijkingen vastgesteld in het erfelijke materiaal (5-10%). Maar het is goed mogelijk dat we over een aantal jaren bij veel meer kinderen afwijkingen vinden. Uit uitgebreide erfelijkheidsonderzoeken blijkt nu al dat ADHD voor ongeveer 80% een erfelijke component heeft. Dit is in de praktijk vaak heel duidelijk te merken: als je als arts aan de ouders van een kind met ADHD vraagt 'van wie hij het heeft', kijken veel ouders elkaar direct veelzeggend aan! Onderzoek bij tweelingen laat bijvoorbeeld ook zien dat bij eeneiige tweelingen in 60% van de gevallen beide kinderen ADHD hebben. Bij tweeeiige tweelingen is dat veel minder vaak het geval.

Adoptie
Dat ADHD en erfelijkheid nauw met elkaar verbonden zijn, blijkt ook uit zogenaamde 'adoptiestudies'. Stel dat u als een van de biologische ouders van een adoptiekind ADHD heeft, dan blijkt de kans dat uw kind ook ADHD heeft vijf keer groter dan normaal. Een wereldwijd onderzoek over erfelijke factoren bij ADHD dat in 2003 is gestart, brengt mogelijk meer duidelijkheid in deze materie. Het is vervolgens de vraag wat u of uw kind als patiënt hier in de praktijk aan heeft. Het is mogelijk dat er een onderverdeling komt in 'soorten ADHD' die van belang kan zijn voor de keuze van behandeling of van erfelijkheidsvoorlichting.
Op dit moment zijn er met betrekking tot ADHD ongeveer tien afwijkingen gevonden aan het erfelijk materiaal. Dit zijn voornamelijk afwijkingen aan de 'dopamine transporter', en ook een aantal aan de 'dopamine receptor'.
Ook blijken er afwijkingen te zijn in het noradrenaline systeem, een andere stof die prikkels overbrengt in de hersenen. Hierop grijpt bijvoorbeeld het middel Strattera aan.
Dopamine is een stof die bij een prikkel van een zenuwcel vrijkomt uit blaasjes aan het einde van een cel. Dopamine bindt zich vervolgens aan de receptor (ontvanger) van de volgende cel en geeft zo de prikkel door. De dopamine transporter zorgt ervoor dat de dopamine die tussen de cellen terechtkomt (in de zogenaamde 'synapsspleet') teruggezogen wordt in de cel. Het gaat daarbij dus om een soort recycling.

Fysiologie van het dopaminetransport.


Bij ADHD blijken er afwijkingen te zijn in de transporter, waardoor deze te snel werkt. Het 'netto' resultaat is dan ook dat er sneller een relatief tekort bestaat aan de neurotransmitter, een stof die voorkomt in de uiteinden van een zenuw (synaps) en die impulsen (prikkels) overbrengt van de ene naar de andere zenuw (of spiervezel), waardoor de prikkel niet optimaal wordt doorgegeven. Een medicijn zoals Ritalin blokkeert deze transporter tijdelijk en verhoogt dus indirect de hoeveelheid dopamine in de zenuw.
ADHD is dus net als suikerziekte ook een tekortsziekte! Bij suikerziekte ontstaat er een tekort aan insuline, en behandeling met insuline maakt het leven vervolgens een stuk normaler. Bij ADHD zijn verschillende afwijkingen gevonden aan de dopaminetransporter die ook verschillend kunnen reageren op medicatie.
Verder zijn er afwijkingen gevonden aan de dopaminereceptor, waardoor deze minder goed de prikkel kan doorgeven. En er worden dus ook afwijkingen gevonden in andere systemen in de hersenen waarbij dopamine een niet zo centrale rol speelt, namelijk in het systeem van twee andere neurotransmitters serotonine en noradrenaline. Zowel dopamine als noradrenaline blijken dus essentiële stoffen te zijn, die, als ze ontregeld zijn, leiden tot ADHD-symptomen. Stoffen die op deze systemen aangrijpen, verminderen ook de symptomen van ADHD.

Voedingsmiddelen bij ADHD
Je hoort regelmatig van ouders: 'Als ik hem suiker of chocolade geef, wordt hij helemaal gek.' De vraag is nu wat er gedaan kan worden om te 'bewijzen' dat voedingsmiddelen zoals suiker of chocolade invloed hebben op uw kind met ADHD. Er wordt op dit moment veel onderzoek gedaan naar voedingsmiddelen. De tijd zal leren welke kinderen hier baat bij zullen hebben.

Introductie-eliminatietest
Het meest eenvoudige middel waarmee we de invloed van voedingsmiddelen op ADHD kunnen vaststellen, is de zogenaamde introductie-eliminatietest. Bij deze test krijgt uw kind gedurende een bepaalde periode absoluut niets van een stof die negatieve effecten kan hebben op het gedrag van iemand met ADHD. Het effect hoort dan te zijn dat de klachten die door de verdachte stof worden veroorzaakt, verdwijnen. Als dit zo is en de voedingsstof wordt weer in een normale of juist ruime dosis gegeven, dan moeten de verschijnselen weer in alle hevigheid terugkomen. Keren de verschijnselen niet terug, dan is de verdachte stof niet meer verdacht en moet verder gekeken worden. De vraag is dan hoeveel verder? Sommige ouders gaan hierin heel ver, mede door hun - terechte of onterechte - angst voor medicatie.
Verder wetenschappelijk onderzoek naar intolerantie voor voedingsmiddelen wordt sinds een paar jaar gedaan in Eindhoven. Hierbij wordt een zeer streng dieet voorgeschreven dat zeer gestructureerd wordt bijgehouden. De voorlopige resultaten laten bij sommige kinderen een positief effect zien. Deze kinderen worden rustiger en ook andere klachten zoals buikpijn of hevig transpireren verdwijnen. Dit zou deels door de eliminatie kunnen komen, maar ook deels door de extra structuur en regelmaat die bij het volbrengen van het zware programma nodig is. Meestal hebben de kinderen na een jaar weer een redelijk normaal dieet, maar dan zonder voedingsmiddelen waarop zij eerder slecht reageerden. Vanzelfsprekend moeten er in het algemeen zo min mogelijk medicijnen aan kinderen worden voorgeschreven, maar als ze nodig zijn, mogen ze uw kind niet onthouden worden. Dat is niet eerlijk ten opzichte van uw kind.

Kleurstoffen en conserveermiddelen
Ouders vragen ook vaak of kleurstoffen en conserveermiddelen van invloed zouden kunnen zijn op het gedrag van hun kind. Hier blijken bij wetenschappelijk onderzoek wel aanwijzingen voor te bestaan, maar het is niet met een bloedtest te meten. Ook hier geldt dus: als ouders moet u dit zelf proberen uit te zoeken met weglaten en weer introduceren van de stof waarvan u vermoedt dat hij invloed heeft op het gedrag van uw kind. Dit moet bij grote gedragsproblemen niet te lang duren, een paar weken moet genoeg zijn.
Een nieuwe stof die de laatste tijd nogal eens geadviseerd wordt voor kinderen met gedragsproblemen, maar ook voor kinderen met dyslexie en andere ontwikkelingsstoornissen is ?-3-vetzuren (spreek uit: omega-drie-vetzuren). Er zijn aanwijzingen dat deze stof van belang is voor de hersenontwikkeling, maar ook hiervoor zijn geen bewijzen van het nut bij ADHD geleverd. Mogelijk zijn er kinderen die wat opknappen bij toediening van een overmaat van deze stof. Dit zouden kinderen kunnen zijn die een tekort hadden aan de stof. Er zijn capsules in de handel die ten minste drie maanden gegeven moeten worden. Evenals de introductie-eliminatietest wordt dieettherapie niet vergoed door de verzekeraars. Een enkele maal wordt het rugzakje hiervoor ingezet.

Risicofactoren
Er bestaat nog een aantal bekende risicofactoren die vooral spelen tijdens de zwangerschap en rond de geboorte.

Zwangerschap en geboorte
Als u zwanger bent, is roken de belangrijkste risicofactor die u moet vermijden. Een andere factor die ook risicoverhogend werkt, is alcoholgebruik in de zwangerschap. De combinatie roken + alcohol mogen we als risicofactoren bij elkaar optellen. Samen maken zij de kans drie keer zo groot dat u een kind met ADHD krijgt.
Andere factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van ADHD zijn te vroeg en te klein geboren zijn. Een deel van de kinderen behoort tot de groep (minimal) 'brain damage'. Zij hebben een beschadiging opgelopen, al dan niet door ernstig zuurstoftekort bij een moeilijke bevalling.
Mogelijk zijn er meerdere nog onbekende risicofactoren in de zwangerschap en rond de bevalling. Zo zouden niet alleen weeënremming en het stimuleren of opwekken van de bevalling een negatieve invloed kunnen hebben, maar ook infecties van de pasgeborene. Verder onderzoek hiernaar is nodig om dit zeker te weten. Daarnaast kan ook 'stress' leiden tot het actief maken van een erfelijke aanleg. Hiervoor worden ook bij dierexperimenteel onderzoek aanwijzingen gevonden.
Na de geboorte van uw kind kunnen er ook factoren zijn die het risico verhogen. We kunnen dan denken aan een chaotisch opvoedingsklimaat, het negatief reageren op uw kinderen of aan een overmaat aan 'prikkels'. Het is mogelijk dat kinderen, die genetisch al kwetsbaarder zijn en hieraan blootstaan, door deze negatieve ervaringen in de categorie 'probleemkinderen' terechtkomen. Omgekeerd zijn kinderen bij een goed gestructureerd opvoedingsklimaat beter af. Deze risicofactoren komen voor in alle lagen van de bevolking.

Risicofactoren bij ADHD voor en rond de geboorte.



Slaapproblemen
Heeft tekort aan slaap invloed op het gedrag? De meeste mensen ervaren na een nacht met weinig slaap dat het de volgende dag moeilijker loopt op het werk en dat het met de concentratie minder goed gaat. Soms ben je na een nacht feesten de volgende dag onrustig en snel prikkelbaar.
Als patiënt met ADHD heeft u hier ook last van, maar als uw concentratie of impulsiviteit toch al niet optimaal is, is het bij u duidelijker merkbaar. Het devies is dan ook: een goed ritme en voldoende slaap is goed voor iedereen.
Slaapproblemen komen wel vaker voor bij ADHD'ers, ook al vanaf de vroegste babytijd. Dit zijn voornamelijk inslaapproblemen. Ook na medicatie treden nogal eens slaapproblemen op. Goede adviezen en zonodig medicatie (bijvoorbeeld melatonine, een stof die het lichaam ook zelf aanmaakt) lossen veel op (zie het hoofdstuk 'Behandeling').

Preventie
Is ADHD te voorkómen? Dit is de vraag die velen bezighoudt, want voorkomen leidt tot minder problemen en minder medicijngebruik. Te genezen is ADHD niet, zoals blijkt uit vele epidemiologische studies in verschillende landen. Zoals bij veel ziekten blijft het maar de vraag hoeveel er samenhangt met nature (erfelijkheid) en hoeveel met nurture (opvoeding, omgeving). Nieuwe gegevens wijzen erop dat ook 'nature' beïnvloed kan worden, vaak negatief tijdens de zwangerschap en vroeg in het leven (verwaarlozing, verlating), maar dus waarschijnlijk ook positief bijvoorbeeld door zeer vroeg ingrijpen in de omgeving (sterke ouder-kindrelatie, minder stress, minder televisie?). Al vinden wij maar een enkele te beïnvloeden risicofactor, dan nog is het de moeite waard om te proberen uw opgroeiende kind tijdig hiertegen te beschermen. Dus wanneer u ADHD in de familie hebt en u bent in verwachting, dan is het zeer onverstandig om te roken of te drinken tijdens uw zwangerschap. Daarnaast is het het beste om, als u een kwetsbaar kind hebt, al in de baby- of peutertijd opvoedingsadviezen in te winnen via het consultatiebureau. Voor uw kind (maar ook voor uw gezin en voor de maatschappij) is het belangrijk dat hij zo goed mogelijk profiteert van de mogelijkheden die er zijn om de ADHD-klachten te verminderen. Je kunt het vergelijken met de aanleg om te dik worden: als je vroeg begint met gezond te eten en vooral met mate te eten, word je later minder dik dan als je in je jeugd alles eet wat je maar wilt. Te dik zijn is niet alleen ongezond, maar brengt, net als ADHD, ook sociale problemen met zich mee, bijvoorbeeld gepest worden op school.




terug verder




ADHD en nu

Auteur(s)
Rob Rodrigues Pereira

Prijs: € 19,95
ISBN: 9789021550404

ADHD en nu


Een duidelijk, informatief boek over de dagelijkse praktijk van ADHD. Van het de verschijnselen en oorzaken tot de behandeling.

Auteur(s) : Rob Rodrigues Pereira
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789021550404