Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. dr. Yvo Smulders
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Waar hebben we het over?

 
Wie zich verdiept in vaatziekten, zal allereerst iets moeten weten over het functioneren van bloedvaten. Dat bloedvaten zorgen voor het transporteren van bloed is duidelijk, maar hoe gaat dat eigenlijk precies in zijn werk?

weetje
Capillairen
Ook al zijn de capillairen heel klein, ze zijn dermate talrijk dat hun lengte en oppervlakte het grootst is van alle typen bloedvaten: de opgetelde lengte bedraagt ongeveer 95.000 km en de totale oppervlakte van hun binnenbekleding is zo’n duizend vierkante meter: vergelijkbaar met drie tennisvelden!




Vaatstelsel
Dit boek gaat over aandoeningen van de bloedvaten. Dat wil zeggen: het gaat over de meest voorkomende vaatziekten, zoals hartinfarct, herseninfarct en ‘etalagebenen’. Er zijn nog heel veel andere vaataandoeningen, waar we niet – of slechts heel kort – over te spreken komen.
Om de verschillende soorten vaatziekten uit elkaar te kunnen houden, is enig inzicht in het mense­lijke stelsel van bloedvaten nodig. Bloedvaten hebben, kort door de bocht gezegd, als enige functie het bloed te transporteren. We onderscheiden twee soorten bloedvaten: arteriën en venen. Arteriën (slagaders) brengen het (zuurstofrijke) bloed vanaf het hart naar de verschillende lichaamsdelen en organen toe. Venen (aders) transporteren het (zuurstofarme) bloed weer terug naar het hart (figuur 1).
Het vaatstelsel is een sterk vertakt geheel. De arteriën beginnen bij de aorta (de grote lichaamsslagader) en vertakken zich in de borst- en buikholte in kleinere arteriën die naar de ledematen en organen lopen. Onderweg vertakken ze zich verder en daarbij worden ze steeds dunner. De op een na dunste slagaders heten ­arteriolen, die het bloed transporteren naar de allerdunste vaatjes: de capillairen (haarvaatjes). Zie figuren 2 en 3.

Figuur 1. In rood aangegeven de slagaders, in blauw de aders.


Figuur 2. Arteriolen (kleinste slagaders in de hand)

Figuur 3. Het capillaire netwerk. Rood is arterieel bloed, blauw is veneus bloed.


Deze capillairen zijn heel bijzonder, want ze zijn in feite ‘lek’: allerlei stoffen uit het bloed kunnen door de wand van de capillairen de weefsels bereiken en andersom. Hier vindt dus het proces plaats waar de bloedsomloop voor is bedoeld: het afgeven van zuurstof en voedingsstoffen aan het lichaam, en het opnemen van koolzuur en van stoffen uit de weefsels die moeten worden afgevoerd via de lever of nieren.
Hoe belangrijk de capillairen ook zijn, ze komen in dit boek weinig aan bod. Dat komt doordat er weinig ziekten zijn waarvan we denken te weten dat de capillairen de oorzaak zijn. De rol van capillairen is bij een aantal hart- en vaatziekten waarschijnlijk groter dan gedacht, maar het onderzoek daarnaar staat relatief gezien nog in de kinderschoenen.
Capillairen zijn geen arteriën meer, maar ook nog geen venen. Pas nadat het bloed de capillairen heeft verlaten, stroomt het door de kleinste venen (venulen), die zich samenvoegen in grotere venen, totdat uiteindelijk alles uitmondt in de grote holle ader (vena cava), die weer terug in het hart eindigt.
Wat ik hierboven beschreven heb, is de lichaamsbloedsomloop. Er is ook nog een apart ‘rondje’ dat het bloed maakt via de longen om daar koolzuur af te geven en zuurstof uit de ingeademde lucht op te ­nemen. In die longcirculatie is het dus andersom: de long­arteriën brengen zuurstofarm bloed naar de longen toe, waarna de longvenen zuurstofrijk bloed naar het hart terugbrengen.



Aandoeningen van de bloedvaten
Zoals gezegd gaan we ons in dit boek beperken tot de meest voorkomende vaataandoeningen. Meer dan 90 procent van alle vaatziekten treedt op in de arteriën. Het betreft dan meestal een vernauwing of verstopping. Deze vernauwing wordt vrijwel altijd verklaard door een aandoening die atherosclerose heet. In de volksmond noemt men dit ook wel aderverkalking, maar strikt genomen klopt er niets van deze naam. Ik behandel nu kort de verschillende ziekten die het vaatstelsel kunnen treffen. Samen zijn deze aandoeningen verantwoordelijk voor grofweg een derde van alle sterfgevallen in Nederland. Hart- en vaatziekten zijn daardoor nog steeds doodsoorzaak nummer één, op de voet gevolgd door kanker.
Omdat het in het verdere boek vooral gaat over ziekten ten gevolge van atherosclerose zal ik van de vaataandoeningen die verder niet aan bod komen, nog wat achtergrondinformatie geven.



Atherosclerose
Het woord atherosclerose komt uit het Grieks en is een samenvoeging van de woorden athere en scleros. Het woord athere betekent ‘brij’ of ‘brijige massa’ en verwijst naar de cholesterolophoping in de wand van de slagaders. Het woord scleros betekent ‘hard’ en verwijst naar de kalkafzetting die u vaak bij atherosclerose kunt zien. Figuur 4 illustreert hoe atherosclerose er met het blote oog uitziet.
Atherosclerose is, naast kanker, volksvijand nummer één. Het is verantwoordelijk voor bijna alle gevallen van hartinfarct, herseninfarct (‘beroerte’) en amputatie van benen. Daardoor veroorzaakt atherosclerose bijna een derde van alle sterfgevallen in Nederland (figuur 5). Atherosclerose speelt in het verdere verloop van dit boek dan ook telkens een centrale rol. Of het nu om risicofactoren gaat, of om behandelingsmogelijkheden, telkens gaat het erom dat we de ziekte atherosclerose willen terugdringen. Er zijn evenwel nog andere bloed­- va­­­taandoeningen.
Arteriosclerose
Het woord ‘arteriosclerose’ lijkt op ‘atherosclerose’. De begrippen worden dan ook vaak verward, zelfs door artsen. Toch is arteriosclerose iets heel anders. Arteriosclerose is een samenvoegsel van arterie en scleros, dus van ‘slagader’ en ‘hard’. Arteriosclerose betekent dus dat de wand van de slagaders harder wordt en daardoor zijn elasticiteit langzamerhand kwijtraakt. Arteriosclerose vindt plaats in het hele vaatstelsel, terwijl atherosclerose heel plaatselijk optreedt. Arteriosclerose geeft ook geen vernauwing of verstopping van de vaten. In hoofdstuk 4, dat onder andere over hoge bloeddruk gaat, zal ik uitleggen wat wél het gevolg van arteriosclerose is.

Figuur 5. Doodsoorzaken in Nederland in 2008. Links de typen aandoening, rechts uitsplitsing van de typen hart- en vaatziekten.



Aneurysma
De term aneurysma duidt op verwijding van de bloedvaten. Wederom betreft dit vrijwel uitsluitend de slagaders. De bekendste (beruchtste) vorm is het aneurysma van de buikslagader (aorta abdominalis); zie figuur 6. Deze aandoening komt veel voor, vooral bij oudere mannen. Als het aneurysma groot is (meer dan 5,5 cm maximale doorsnede) of snel in grootte toeneemt, ontstaat er een steeds grotere kans dat het aneurysma scheurt. Om dat te voorkomen, kan de buikslagader worden geopereerd of via de liesslagader van een kunststof verstevigingspijpje worden voorzien.
Andere, minder voorkomende vormen van aneurysma zijn verwijding van de grote lichaamsslagader in de borstkas (aorta thoracalis) en van slagaders in de hersenen. Laatstgenoemde aneurysmata zijn meestal aangeboren en kunnen leiden tot een hersenbloeding, wat gelukkig zeldzaam is.
Aneurysmavorming is dus iets anders dan atherosclerose, maar de oorzaken ervan hangen wel samen, vooral bij het aneurysma van de buikslagader. Vrijwel alle adviezen voor mensen met ziekte ten gevolge van atherosclerose gelden eveneens voor mensen met een aneurysma
van de aorta.

Figuur 6. Links een normale aorta. Rechts een aneurysma van de buikaorta.


weetje
Aneurysma
Bij aneurysma van de buikaorta is atherosclerose alleen niet voldoende. Er is waarschijnlijk een erfelijke factor nodig die ervoor zorgt dat de vaatwand sneller verzwakt dan bij anderen. Personen met een of meer familieleden met een aneurysma hebben daardoor een grotere kans om er zelf ook een te ontwikkelen. Ook zijn er zeldzame erfelijke ziekten die zelfs bij jonge mensen zonder atherosclerose een aneurysma kunnen veroorzaken. Het bekendste voorbeeld daarvan is de ziekte van Marfan, waarbij het aneurysma zich doorgaans in het borstgedeelte van de aorta vormt.



Ontsteking
De laatste aandoening van slagaders die kort genoemd moet worden, is ontsteking. Dit komt vooral voor bij personen boven de vijftig jaar en hangt samen met de aanwezigheid van ontsteking van de slagader die langs de slaap loopt (arteritis temporalis) alsmede met de aanwezigheid van spierreuma (polymyalgia rheumatica). Van de slagaderontsteking zelf merkt men weinig. Vaak zijn de symptomen nogal aspecifiek (moeheid, spierpijn in schouders en heupen, soms lichte koorts) of komt een en ander aan het licht doordat de huisarts een verhoogde bloedbezinking constateerde. Een enkele keer leidt ontsteking van de slagaders tot klachten als gevolg van vernauwing of aneurysmavorming van de betreffende slagader. Ontsteking van de slagaders hangt niet samen met atherosclerose en wordt behandeld met afweeronderdrukkende medicijnen, zoals prednison.

Trombose
De laatste vaataandoening die ik bespreek is trombose, oftewel ‘bloedstolselvorming’. In tegenstelling tot vrijwel alle andere vaatziekten is dit een aandoening die vooral in de aders tot problemen leidt. Vooral de diepe aders in de benen zijn kwetsbaar voor verstopping door stolselvorming en men spreekt dan over een ‘trombosebeen’. Een trombosebeen ontwikkelt zich soms na een periode van stilzitten of stilliggen, zoals na een lange (vlieg)reis of een ziekbed. Ook in andere aders, zoals in de armen of buik kan men trombose krijgen. Het gevaar van trombose schuilt erin dat een stukje van het bloedstolsel kan afbreken en vervolgens met de bloedstroom meegevoerd wordt naar de longen, waar het vastloopt in de longvaten. Dit heet longembolie en kan levensbedreigend zijn. Trombose en longembolie worden behandeld met bloedstollingsremmende middelen gedurende enkele maanden tot, in sommige gevallen, levenslang. Trombose van de aders hangt nauwelijks samen met aandoeningen als gevolg van atherosclerose.

Samenvatting
Bloedvaten zorgen voor transport van het bloed door het lichaam. Slagaders (arteriën) brengen zuurstofrijk bloed vanaf het hart naar de verschillende lichaamsdelen en organen toe, terwijl aders (venen) zuurstofarm bloed terugbrengen naar het hart. In de capillairen, de allerkleinste vaatjes, vindt het eigenlijke proces plaats. Daar worden zuurstof en voedingsstoffen afgegeven en worden koolzuur en andere stoffen die moeten worden afgevoerd, opgenomen. Meer dan 90 procent van de vaatziekten treden op in de arteriën. Meestal gaat het om een verstopping of vernauwing die wordt veroorzaakt door atherosclerose. Het woord atherosclerose komt uit het Grieks en is een samenvoeging van de woorden athere en scleros. Het woord athere betekent ‘brij’ of ‘brijige massa’ en verwijst naar de cholesterolophoping in de wand van de slagaders. Het woord scleros betekent ‘hard’ en verwijst naar de kalkafzetting die u vaak bij atherosclerose kunt zien. Atherosclerose is volksvijand nummer één. De ziekte veroorzaakt bijna een derde van alle sterfgevallen in Nederland. Daarnaast zijn er evenwel nog andere bloedvataandoeningen, namelijk arteriosclerose, aneurysma, ontsteking en trombose.




verder




In de problemen met hart en vaten en nu


In dit boek staat de vaatziekte waarmee het allemaal begint, centraal: atherosclerose of 'aderverkalking'. De ziekten die hiervan het gevolg zijn worden uitvoerig belicht en de risicofactoren krijgen veel aandacht, vooral die waaraan we iets kunnen doen.

Auteur(s) : Prof. dr. Yvo Smulders
Prijs : € 23,95
ISBN : 9789491549052