Auteur:
Dr. Paul Wisman
 


lettergrootte: A  A  A
Dwangstoornissen
Ziek zijn is nooit plezierig, maar de patiënt met dwangklachten is extra te beklagen. Filmhelden of -heldinnen kunnen nog wel eens charmant angstig zijn of met hun somberheid onze welwillende belangstelling opwekken, maar dwangmatigheid past hoogstens bij de rol van zonderling of schurk. Onsympathiek. Met een uitzondering voor Jack Nicholson die in de film 'As good as it gets' zijn rol van oude vermoeide en uiterst dwangneurotische man met veel kracht en inspanning opgeeft voor de enige passende beloning: hij krijgt het mooie meisje. Een aanrader. De film dan, niet de dwang. Eigenlijk weten we maar heel weinig van dwangpatiënten af. Ze wekken met hun gedrag onze ergernis op of onze lachlust. En maar zelden ontvangen ze ons begrip of onze hulp. Pas in de jaren na de Tweede Wereldoorlog is geleidelijk duidelijk geworden dat het bij dwangklachten om een echte ziekte gaat, een stoornis op het gebied van de eigen vrije wil. Het komt ook veel vaker voor dan we eerst dachten. Volgens recent onderzoek heeft in de westerse wereld, waaronder Nederland, ongeveer 2 procent van de bevolking boven de 18 jaar last van een dwangstoornis. Terwijl dit percentage in de jaren ’50 van de vorige eeuw nog geschat werd op hooguit 0,5 procent. Lange tijd gold de dwangneurose als de ernstigste neurotische stoornis. Dat wil zeggen, de psychische ziekte met de grootste ellende voor de patiënt, meestal een leven lang, en met de minste kans op genezing. Gelukkig is hierin verandering gekomen. Er zijn steeds meer gerichte psychotherapeutische methoden ontwikkeld om mensen met een dwangstoornis te behandelen. Tegelijkertijd zijn er voor deze ziekte nieuwe geneesmiddelen beschikbaar gekomen. Het gaat hier om medicijnen die niet alleen de klachten onderdrukken, maar die ook een werkelijk genezende werking hebben.